Joeperdepoep, zitten zomaar de eerste drie maanden van het jaar er alweer op. Mensenkinderen, wat gaat dat toch snel evengoed. Nog zo’n klop en het is zondag, zeggen de Vlamingen dan.
Hoe dan ook, de Hebban Reading Challenge, die ik dit jaar op
20 boeken heb gezet, is al aardig op weg. Best een fijne app hoor, dat
Hebban. Je kunt lijstjes maken met boeken die je leest, nog wilt lezen en met
boeken die je al gelezen hebt. Daarbij kun je ook nog eens een beoordeling geven
en talloze leeservaringen van anderen lezen.
Afijn, hieronder de boeken die ik in de eerste maanden van
dit jaar gelezen heb.
De verwarde cavia terug op kantoor – Paulien Cornelisse
Paulien Cornelisse schreef een aantal jaar geleden een aardig
boek over een cavia die op kantoor werkt. We pikken de draad weer op waar we de
cavia hebben achtergelaten. Het goulashfoodtruckavontuur laat ze voor wat het
is; ze mist haar kantoorbaantje. Wederom is het niet helemaal duidelijk in wat
voor bedrijf Cavia ditmaal werkt, wel is het zeker dat het om de
communicatieafdeling gaat. En er wordt wat afgecommuniceerd daar. Van ‘even
iets tegen je aan houden’ tot ‘iets erin fietsen’, het gebezigde kantoorjargon
in dit boek is weer heerlijk tenenkrommend.
Een fragmentje op de achterflap sprak me aan:
‘Is het dan handig als we even voorbespreken hoe we deze lunch aanvliegen?’
vroeg Cavia.
Mooi, dacht ze, ik zei ‘aanvliegen’.
Zelf wacht ik al tijden op het moment dat ik ‘erin fietsen’ kan gebruiken.
Enfin, een lekker luchtig boekje voor tussendoor.
De acht bergen – Paolo Cognetti
Pietro, een stadsjongen uit Milaan, trekt met zijn
Alpenbeminnende ouders naar de Italiaanse Alpen. Daar ontmoet hij Bruno, een
jongen die niets anders kent dan de bergen. Ze sluiten een vriendschap die een
leven lang stand zal houden.
Prachtig geschreven, kan niet anders zeggen. Hoewel er niet
veel gebeurt, nauwelijks conflict in het verhaal zit en je van een clou niet
echt kan spreken, leest het boek toch maar mooi weg. Als een
voortkabbelend literair beekje.
Dit was trouwens indertijd echt zo’n DWDD-boek. Je weet wel, met zo’n ronde rode sticker op de kaft. De hype rond dit boek was het meer dan waard, een mooie leeservaring kortom, misschien pak ik nog wel eens een boek van Cognetti mee.
Meer over De acht bergen: hier.
Weg van Ikea – Marcel Maassen
Een smölboek voor fans en haters. Maassen volgt de laatste maanden van de
Amsterdamse Ikea-medewerker Elly, die na jaren trouwe dienst de Ikeafamilie
gaat verlaten. Het boek behandelt bijna alles wat er over de Ikea te vertellen
valt, van de oprichter en familievader Ingvar Kamprad met zijn bruine
jeugdidealen tot de inrichting van alle filialen ter wereld en de typische
naamgeving voor al die producten.
Verwacht geen diepgravend journalistiek werk trouwens. Als
je niet zit te wachten op beschrijvingen van quasi-geïrriteerde Ikeabezoeken of
hoe Maassen een woede-uitbarsting onderdrukt bij het in elkaar zetten van een
Billy (à la Yoep van ’t Hek), kun je dit boek beter links laten liggen. Als
Maasen een andere, wat serieuzere, insteek had gekozen, had hij het boek
gemakkelijk naar een hoger niveautje kunnen tillen.
Evengoed een kostelijk boek hoor.
Meer over Weg van Ikea: hier.
De wereld: het boek – De Speld
Een feestje. Een kostelijk feestje.
De mannen van de podcast ‘De Grote Podcastlas’ slaan de
handen ineen met De Speld. Het resultaat: een rijk geïllustreerde atlas, waarin
elk land ter wereld wordt behandeld, compleet met een recensie van iedere vlag
die op de aardkloot wappert.
De vlag van het West-Afrikaanse land Liberia krijgt
bijvoorbeeld maar één van de drie sterren. De motivatie: De vlag van Liberia
is in alles een minder uitgesproken versie van de vlag van de Verenigde Staten:
minder strepen, minder sterren en minder vaak in brand gestoken in Arabische landen.
Het is jammer dat ik er niet aan gedacht heb foto’s te nemen
van datgene wat ik delen wilde, want het geleende boek is alweer teruggebracht.
Verwacht leuke weetjes, maar ook veel satire, of domweg onzin. Wel lekker om
doorheen te bladeren.
Een stukje van de achterflaptekst vat het samen: het is niet alleen een het perfecte cadeau voor wereldreizigers, maar ook het ultieme koffietafelboek voor iedereen die een koffietafel op de wc heeft.
Bachamel mucho - Dimitri Verhulst
Een boek dient niet beoordeelt te worden op diens cover, maar
vaak werkt het wel. De dametjes in badpak en badmuts, allen met de armen in de
lucht in een zwembad, zoiets trekt mijn aandacht.
Even in het kort: de roman, of eerder verzameling verhalen, gaan allemaal over
vrouwen die te gast zijn in een clubhotel op Mallorca, alwaar ze naar bed gaan
met de hotelanimator Alex.
Dat klinkt misschien wat platvloers, maar Verhulst laat met
prachtig taalgebruik ook een visie doorschemeren op de huidige maatschappij en
tijdsgeest, die het boek de moeite waard maakt te lezen.
Laatst vertelde ik een collega dat ik wel eens naar
Bataviastad trek, niet vaak hoor, hoogstens bij de wisseling van de seizoenen, omdat
ik het zo handig vind dat alle kledingwinkels bij elkaar zitten. Maar, benoemde
ik erbij, ik word er altijd een beetje treurig van, van de winkels, van de plek
zelf, al kan ik niet helemaal goed uitleggen waarom. In de gelaatsuitdrukking
van de collega kon ik herkenning zien. ‘Ik ook!’ riep ze uit. ‘Altijd als ik
daar ben denk ik: dit zijn we dan’.
Die rake woorden van mijn collega, ‘dit zijn we dan’, vatten precies samen wat ik in dit boek gelezen heb.
Nooit ziek geweest – Nico Dijkshoorn
In een aflevering van de podcastversie van het interviewprogramma
De geknipte gast, luisterde ik naar een gesprek tussen interviewer Özcan Akyol
en schrijver Nico Dijkshoorn. Hem werd gevraagd hoe het boek Nooit ziek geweest,
waarin hij schrijft over zijn band met zijn vader, tot stand gekomen is.
Hij was bij hem op bezoek in het verzorgingstehuis, vertelde Dijkshoorn, waar hij
net na een driftbui een schilderij van de muur getrokken had. Het enige wat Dijkshoorn
op dat moment kon denken was: wat een ontzettende lul ben je eigenlijk.
Daar schrok hij van, omdat hij zijn vader altijd had gezien
als een goede vriend. Misschien wel zijn beste vriend. In dit boek onderzoekt
hij waarom de blik op zijn vader, nu hij op zijn kwetsbaarst was, ineens 180
graden leek gedraaid.
‘Een vadermoord’, noemde Matthijs van Nieuwkerk het boek
ooit eens. Door zijn vileine manier van schrijven en sterke oog voor het
menselijk tekort zou je dit boek inderdaad zo kunnen lezen. In sommige
hoofdstukken spaart Dijkshoorn zijn ouders en vooral zijn vader niet. Op een
oudejaarsavond, Dijkshoorn en zijn vriendin hebben de familie uitgenodigd in
hun nieuwe huis mét bijzondere vloer, tovert zijn vader ineens een fles
champagne tevoorschijn bij het aftelmoment. Hoewel Dijkshoorn en zijn vriendin
nadrukkelijk hebben verklaard zuinig te willen zijn op de nieuwe vloer en de gasten
gevraagd hebben op te passen met eten en drinken, staat zijn vader daar, met
zijn ogen op Dijkshoorn gericht, aan een fles champagne te schudden. ‘Niet doen’,
wordt er gezegd, maar toch laat hij de kurk ploppen en de schuimende feestdrank
op de vloer storten.
Volgens Dijkshoorn zelf heeft dit echt plaatsgevonden en als
lezer wens je dat er een manier mogelijk was om via het boek naar dat bepaalde
moment te reizen om de man eigenhandig een klap voor zijn smoelwerk te
verkopen.
Zijn ze ooit wel echt vrienden geweest?
De verschillen schrijft hij zo pijnlijk als ze zijn op, bij het genadeloze af, maar nooit bitter of rancuneus. Ik heb het boek vooral gelezen als een zoektocht naar een persoon die verassend liefdevol uitpakt.
Hèhè – Paulien Cornelisse
Het thema van het Boekenweek dit jaar was ‘je moerstaal’. Paulien
Cornelisse is, met haar vaak wonderlijke kijk op taal, de perfecte kandidaat
voor het schrijven van het de Boekenweekessay. Een aardig boekje over wat de
Nederlandse taal nou zo Nederlands maakt, hoe buitenlanders kijken naar onze
taal (vaak vinden ze het Nederlands leuker en interessanter dan Nederlanders
zelf) en een uitgebreid onderzoek naar het Nederlandse taalfenomeen hèhè.
Meer weten? Luister dan vooral de aflevering van de podcast
Nooit meer slapen met Cornelisse. Ik meen de aflevering van 4 maart.
J. Kessels: the novel – P.F. Thomése
Schrijver P.F. Thomése kreeg op een dag een telefoontje waar
hij helemaal niet op zat te wachten. Zo begint dit roadtripavontuur vol
frikandellen, sigaretten, boeven, tieten, countrymuziek, voetbalsupporters en koortsdromen
over de billen van B.B.
Dit verhaal las ik in de omnibus met alle delen uit de J.
Kessels trilogie, maar ik vond de balorigheid na het eerste deel wel welletjes.
Als je eens zin hebt in een verhaal gedrenkt in frituurvet, kan
ik het je aanbevelen. De titel van het volgende deel, ‘Het bamischandaal’, spreekt
me ook wel aan, maar voor dergelijke verhalen moet een mens nu eenmaal in de stemming zijn.
Tot slot
Dat waren de boeken voor dit kwartaal. De Hebbanteller staat inmiddels op 8. Eigenlijk op achtenhalf, omdat ik ondertussen halverwege het boek De Biblebelt van Jonah Falke zit. Ook wel bijzonder hoor. Met de wereld die Falke onderzoekt ben ik bekend, maar echt kennen doe ik het niet. Tot nu toe vind ik het vermakelijke leeskost.
Overigens ben ik De acht bergen en Nooit ziek geweest tegengekomen in een kringloopwinkel. Dat is toch fantastisch, nietwaar, dat je voor een prikkie uren leesvermaak kunt aanschaffen? Gun een boek een tweede of desnoods derde leven!
En wat lees jij? Heb je tips voor de komende maanden? Welk boek zou je anderen graag aan willen raden? Laat het maar gezellig achter in de commentaren, zou ik zeggen, ben reuze benieuwd. Altijd fijn toch, om lekker over boeken te ouwehoeren? Nou dan. Huppakee, kom maar door met die titels.
Toedeloe!
Reacties
Een reactie posten