Doorgaan naar hoofdcontent

#30 All-you-can-eat restaurant

All-you-can-eat restaurants zijn een fenomeen. Ze bestaan nog niet zo heel lang in Nederland. Niet in zulke getale als tegenwoordig tenminste. Het concept is van een all-you-can-eat restaurant is vrij simpel. Je betaalt een relatief goedkoop bedrag en voor een paar uur mag je je helemaal uitleven op buffetten en wokgerechten. Zo heb je hier in de buurt een bekend all-you-can-eat restaurant in Emmeloord en in Kampen. Voor wie het allemaal niet gek genoeg kan zijn er ook speciale indoorhotels waar het de hele dag door genieten geblazen is. Voor mijn werk (gehandicaptenzorg) ben ik tot driemaal toe naar zo’n hotel geweest. Leuk voor de doelgroep. Voor mij elke keer een uitje naar een totaal andere wereld. Het geldt als het hoogtepunt van het jaar.

Afgelopen zaterdag was ik niet met werk, maar met vrienden, naar een wokrestaurant. Ook zo’n all-you-can-eat concept. Iemand uit de groep wilde graag uit eten en omdat het dure tijden zijn, zochten we iets waar iedereen eten kon, maar wat evengoed vriendelijk zou zijn voor de kleine beurs. De keuze viel op een restaurant nabij de N50 in Kampen.

Bij binnenkomst rekenden we af voor zes personen. In de hal stonden vier knalrode beelden van mensen in een gebogen houding. De kunstwerken moesten aan de gelaatstrekken te zien Aziatische gastheren voorstellen. Vier gezichten glimlachte ons toe. Van één beeld miste een neus.
   We hadden twee uur de tijd om te kunnen eten. Sommige groepsleden hadden hun jas nog niet uit of de eersten stapten al op om te gaan wokken. Alsof er een timer gestart was en er binnen een bepaalde tijd zoveel mogelijk eten naar de tafel toe gesleept moest worden. De jongens snelden zich meteen naar de wok, de meiden speurden wat rond en ik, calvinistisch als ik ben, zocht eerst maar eens het soepbuffet op om rustig te kunnen starten met een tomatensoepje. Ik schepte een kom vol, viste nog twee overgebleven stukjes stokbrood uit een bak en besmeerde die met kruidenboter. Het leek me een gedegen manier van aftrappen.
   Ik zocht het tafeltje weer op. Niemand. In mijn eentje slurpte ik de soep weg. Uit het raam had ik zicht op het naastgelegen fastfoodrestaurant en zag ik hoe er uit een raam zakjes hamburgers aan automobilisten werd gegeven. Twee tafels verder was een gezin net klaar met eten. De kinderen waren moe. Tussen alle borden stonden half opgedronken bekers met felgekleurde goedjes. Daarachter renden kinderen door een funhouse.

Voor ronde twee wilde ik iets met kip. De rij bij de wok was veel te lang. Uit een buffetwarmer schepte ik zoetzure kip met ananas. Uit een andere bak schepte ik nasi. De nasi bestond uit witte rijst met doperwt en maïs. Onder een kunststoffen koepel pakte ik een amuse weg. Een schijfje tomaat met gesmolten kaas. Boven op een dropje geel. Waarschijnlijk mosterd. Een vrouw stootte me aan. ‘Sorry’, riep ik meteen. De vrouw gaf een zucht. Bij het visbuffet lagen er oesters tussen plastic karpers en nepschelpen. Het thema hadden ze goed doorgevoerd. Dat moest ik ze dan toch nageven. 

De rest had ondertussen eindelijk hun wokgerecht klaar. We aten ons bord leeg.
   ‘Klaar voor de volgende ronde’, zei iemand en een aantal stond op. Ze liepen naar de wok voor een volgend bord.
   Ik besloot om dan ook maar eens te wokken. Ik pakte een bord en greep wat kipfilet, courgette, paprika en maiskolfjes uit een bak. Leek me een topcombinatie.
   De rij was nog steeds lang. Ik keek wat rond door het restaurant. Tussen de gerechten in het buffet begonnen kale plekken te ontstaan. Er liepen veel mensen rond met een bordje in de handen maar er waren sommigen die niets opschepten. Deze mensen zwierven rond bij een lege plek in het buffet, die nauwlettend door ze in de gaten werd gehouden. Dit waren geen mensen die hier voor de eerste keer aten. Dat zag je meteen. Dit waren doorgewinterde all-you-can-eaters. Getraind om toe te slaan als er een populair gerecht vers werd aangevuld. Niks geen wachten in een rij, niks geen genoegen nemen met een ander gerecht. Deze mensen zouden niet terugdeinzen om te duwen of te dringen. De buit was het enige wat telde. Met deze mensen viel niet te spotten.
   Een vrouw die voor me stond was aan de beurt. De kok maakte eerst zijn pan schoon alvorens hij een nieuw gerecht ging wokken. Onder de pan kwam een steekvlam omhoog.
   ‘Phoe, warm’, zei de vrouw. Ze wapperde met haar handen naar haar gezicht.
   De kok vroeg door middel van een handgebaar naar mijn bord. Hij smeet de inhoud in een pan.
   ‘Saus?’, vroeg de kok. Daar had ik nog niet over nagedacht.
   ‘Doe maar BBQ!’, riep ik boven het vuur heen.
   ‘Wat?’
  ‘BAR-BIE-KJOE!’
   Met een soeplepel werd er een uit een pan een donker goedje geschept en in de wokpan gesmeten. De kok greep de pan en schudde het gerecht driftig op en neer. Hij maakte er een showtje van. Het zag er allemaal spectaculair uit. Nog geen minuut later werd het bord me in de handen geduwd. De mensen in de rij waren onder de indruk. Je kon het zien aan de ogen. Allemaal hoopten ze op net zo’n spektakel. Naast het eten kwamen hier ook mensen voor het entertainment.

Er zaten andere leden van de groep aan tafel. Na mijn eerste hap hadden zij hun bord alweer leeg. Tegenover me hadden twee kinderen in het funhouse ruzie met elkaar. Een moeder sjokte naar de ballenbak toe, plukte haar kind eruit en gaf die een standje. Ze sjokte weer terug naar haar tafeltje waar haar man een biertje dronk. De man droeg een trainingsbroek. Van één van de gympen zat de veters los. Dat mag in dit restaurant. Geen probleem. Kom zoals je bent. Als je maar betaalt heb je hier de avond van je leven.

Voor een laatste gang, we hadden tenslotte nog een half uur, wilde ik iets gezonds en licht verteerbaars. Ik liep naar de saladebar. De keuze: een bak olijven, een bak rauwkost en een bak augurken. Het sap van de augurken kleurde wit van de rauwkost. Dit was het moment dat ik alles helemaal losliet. Elke vorm van aangeleerd gedrag bij een restaurantbezoek liet ik voor wat het was. Ik gaf me over aan de omgeving. Uit een bak schepte ik kipsaté, een schep nasi, en huppakee een stuk meloen met ham, een zwart goedje met rund (?) en stukjes groenten. Het maakte allemaal niet meer uit. Gefrituurde banaan! Waarom niet?
   ‘Wat heb jij voor combinatie?’ vroeg Annette toen ik weer aanschoof.
   ‘Annette’, zei ik, ‘het maakt in dit restaurant allemaal niet uit wat je opschept. Je ziet iets, je denkt hmmm en je schept het op. Zo gaat dat hier.’

Halverwege keek ik nog eens naar hetgeen ik had opgeschept. Op het kaartje stond ‘special van de dag’, maar wat wás dit eigenlijk? Ik keek nogmaals naar het goedje en zat er met mijn vork in te peuren. Was dit nu wat er van mij geworden was? Had ik mij nu echt zo makkelijk overgeven aan heb- en vraatzucht? Toch twee van de zeven hoofdzonden. Dit kon toch niet de bedoeling zijn van zo’n restaurant? Ik zag het ook bij de anderen: teleurstelling. Iedereen had zich op het buffet gestort en had meer gegeten dan hij normaal zou doen. Iedereen had gegrepen wat hij aantrekkelijk had gevonden en was eenmaal aan tafel tot de conclusie gekomen dat het er bij het buffet toch een stuk gezelliger had uitgezien. Misschien was iedereen wat teleurgesteld over het eten, maar ik zag dat het dieper zat; iedereen was ook een beetje teleurgesteld in zichzelf. Dit is dus wat een all-you-can-eat restaurant met mensen doet. Een ieder die er onbevangen instapt zal op een zeker moment geconfronteerd worden met zichzelf en vertrekken als een ander mens.

‘Jongens, we hebben nog een kwartier’, zei iemand op een zeker moment. ‘Ik stel voor dat we om een toetje gaan.’
  ‘Hoogtepunt van de avond!’ zei een ander.
   Bij het toetjesbuffet stonden twee chocoladefonteinen. Eén fontein sproeide non-stop melkchocolade. De vanillesausfontein was defect. In het bakje water waar je lepels om kon spoelen dreef een ijshoorntje. Tussen schreeuwerig gekleurd ijs schepte ik een bolletje met de smaak 'yoghurt'. Ik gunde mezelf een toefje slagroom en zei tegen mezelf dat het hierna toch echt eens afgelopen moest zijn. 

De tijd was om. De bediening maakte zich al druk met opruimen en schoonmaken. Niemand wenste ons nog een goede avond toe. We zochten de auto’s weer op wenste elkaar een goede terugreis.
  ‘Lekker gegeten jongens’
  ‘Ja, was lekker'
   'De buik weer vol'
  ‘Phoe, phoe’

Bij het uitrijden van de parkeerplaats keek ik nog eens naar de entree. Naar de surrealistische rode gestaltes met hun glimlach. Het bleef maar spoken: lachten ze ons nu toe, of lachten ze ons nu uit? 








Reacties

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

#177 terug Europa in

In Europa – proloog Als ik de vraag zou krijgen welk boek hét beste geschiedenisboek ooit is, zou ik meteen naar de boekenkast lopen om er een dikke pil uit te pakken. Er bestaan zoveel mooie, goede en interessante geschiedenisboeken (en stripboeken), maar ééntje steekt daar toch wel echt met kop en schouders bovenuit. En het is dit jaar 20 jaar geleden dat het boek uitgebracht werd. Het beste geschiedenisboek ooit blijft, in mijn optiek, In Europa van Geert Mak. Europese Steinbeck Geert Mak is geen historicus, zoals hij dat zelf vaak op bescheiden toon benadrukt. Hij is een journalist. Maar dat juist die twee dingen, journalistiek en geschiedkunde, bijzonder goed samengaan, heeft Mak met zijn In Europa bewezen. Er is geen ander boek als dit boek. Het zijn twee reizen die Mak hier maakt: eentje door het Europa van 1999 en eentje door die hele akelige, spannende, bewonderingswaardige en dynamische twintigste eeuw. Hij liet zich er voor inspireren door John Steinbeck, een Amerika...

#350 Kwartaalrapportage IX

Mensenkinderen, wat vliegt de tijd. Is het zomaar alweer eind maart. Zomertijd. De eerste kwart zit erop. De kop is eraf. Tijd voor de eerste kwartaalrapportage van ’26. Lezen gaat in golfbewegingen. Soms lees je drie of vier boeken achter elkaar, en soms lees je een hele maand niet. Maart was zo’n maand waarin ik niet het juiste boek kon vinden. Komt vast wel weer. Dit jaar wilde ik het anders aanpakken. Na het lezen van het eerste boek besloot ik dat het volgende boek verband moest houden of een link moest hebben met het vorige boek. Een soort boekenalgoritme. Dat kon twee kanten opgaan: of ik zou heel makkelijk onverwachte titels gaan lezen, of ik zou eindeloos moeten zoeken naar een goede titel en daardoor juist minder gaan lezen. Allebei de situaties zijn het geval, denk ik. Maar goed, hierbij dus het algoritme tot zover. Wie weet zit er een leuke titel voor je tussen. Wie weet ook niet. Dat mag je lekker helemaal zelf weten. Leuk he? Hoax -  Jan-Willem van Prooijen ...

#301 Kerstkuieren (met de auto)

Ieder mens kent zo zijn eigen rituelen in de decembermaand. Sinterklaassurprises maken, kerstbomen optuigen, stemlijstjes maken met je favoriete muziek; je kent het wel. Sommige van die rituelen hangen samen met herinneringen en nostalgische gevoelens. Zo neurie ik nog altijd wat nummers van Een boom vol liedjes , dé kerst-cd van Elly en Rikkert, bij het optuigen van de kerstboom. Op het particuliere decemberrituelenlijstje staan nog wel meer dingen, maar één ding daarvan is kuieren. Kerstkuieren. Bij voorkeur op z’n Urkers: met de auto. Het doel: de meest uitbundige kerstverlichting vinden. Het mag wanstaltig zijn. Genieten juist.  Ooit reden we na een etentje met een volle auto vanuit Kampen terug naar Urk. Omdat we rubbernekken toen nog geinig vonden, besloten we bij Nagele af te slaan om te zien hoe het dorp en haar bewoners de kerstverlichting hadden georganiseerd. Nagele stelde niet teleur en een nieuwe decembertraditie was geboren. Bij de tweejaarlijkse lichtjesroute d...