Vandaag ben ik op de kop af precies een half jaar gestopt met roken. Op 18 februari, Aswoensdag, heb ik mijn laatste rookpluim uitgeblazen en de laatste peuk uitgedrukt. En ineens ben je een halfjaar verder. De aanloop naar het stoppen toe zag er ongeveer als volgt uit: g oed voornemen dit jaar is stoppen met roken, nou de veertigdagentijd dan maar, nou na de vakantie dan, och het is ook bijna Stoptober, nou een goed voornemen in het nieuwe jaar, och het is ook bijna veertigdagentijd, nou na de vakantie dan maar, och het is ook bijna Stoptober, nou het nieuwe jaar dan, dit jaar ga ik de veertigdagentijd halen, och ja nou na de vakantie dan maar, Stoptober dan, och het nieuwe jaar begint ook bijna weer… Wat ik niet mis aan roken: Altijd controleren of je genoeg bij je hebt voordat je de deur uitgaat. De angst dat je zonder komt te zitten. Al die ritjes die een roker moet maken om aan tabak te geraken. Altijd kauwgom of anderszins verfrissend snoepgoed bij je moeten hebben. Al...
‘Ja sorry, maar dan denk ik echt, je bent…’ ze stopt even en kijkt me kort onderzoekend aan. ‘ken je het woord delulu?’. Ik moet lachen. Mijn collega, geboren in deze eeuw, probeert in te schatten of ik haar taal spreek. De zogenoemde Gen Z-taal. Ik ken het woord wel, maar bezig het niet. Delulu. Het klinkt wel grappig. Op internet lees ik dat het woord zijn oorsprong vindt in de K-pop-cultuur, je weet wel, die Koreaanse popgroepen en alles wat daarbij hoort. Zij verbasterden het Engelse delusional naar delulu en gebruikten het begrip om fans uit hun romantische waan te helpen. Ik ben niet thuis in die beweging, maar ik begrijp wel dat die zangertjes en zangeressen worden verafgood door hun fans. Maar die waren dus delulu. Een romantische relatie met hun K-popidool zit er niet in. Later las ik dat Gen Z delulu gebruikte in de lijfspreuk ‘dululu is the solulu’, waarmee wordt bedoeld dat extreme zelfverzekerdheid je kan helpen om je dromen te bereiken. Toen had ik alweer zo’n ge...