De Rijp is niet groot. Een lintdorpje is het maar, aan een vaartje, midden in Noord-Holland. Dat zie je ook meteen aan de houten geveltjes en schuine huisjes, aan de vaart die hoger ligt dan de autoweg, aan de auto die je parkeert op een kade van een halve meter. Water is in dit land nooit ver weg. Musea ook niet. Daarom zijn we hier, we hebben een museumdagje. Het museum waarvoor we kwamen ging pas om half 2 open, dus besloten we om eerst In ’t Houten Huis te bezoeken, het dorpsmuseum van dit Hollandse plaatsje. Van een enthousiaste ontvangstdame mochten we inleidende film van ongeveer 7 minuten zien. Als we zin hadden, mochten we daarna ook nog een andere film zien, die ook ongeveer 7 minuten zou duren. Prima, knikten wij, zet maar aan. We zagen klompen door drassig landschap sjokken terwijl een stem begon te vertellen. De Rijp werd in de 13 e eeuw gesticht door voormalig duinbewoners, die vanaf het drassige land de zee optrokken voor visvangst, later ook voor de beroemde har...
Tijdens de afwas hoorde ik in een hoorcollege dat Bosporus, de zeestraat bij Istanboel, eigenlijk koeienwaadplaats betekent. Er zit ook nog een Griekse mythe aan verbonden, over een godin die door Zeus in een koe werd veranderd, maar dat is voor nu even niet belangrijk. Leuker om te melden is namelijk dat er nog twee andere plaatsnamen bestaan met dezelfde betekenis. Allebei liggen ze dicht bij huis. De ene is het Drentse Coevorden (afgeleid van voorde , een doorwaadbare plek in een rivier), en de andere het Engelse Oxford. Ox = Os, Ford = voorde. De Universiteit van Coevorden, kun je het je voorstellen? Taal is een spelletje dat je nooit uitspeelt.