Slechts eenmaal heb ik een festival bijgewoond. Dat was het bevrijdingsfestival in Zwolle, daar in dat park. Het was de eerste keer dat ik voor zo’n levensgroot podium stond. En het was ook meteen de laatste keer. Biertje halen: oeps, sorry, excuus, sorry nogmaals, mag ik er even bij? Bij de bar: muntje te kort. Voor te veel geld muntjes bijkopen die je niet meer gaat gebruiken. Niet in de buurt komen van die vrouw die staat te hakken. Met ogen als schoteltjes. Terugweg: oeps, sorry, pas op, excuus. Biertje halfleeg bij aankomst. Daar op dat bevrijdingsfestival, die prikkelhel, besefte ik dat er ik niet voor gemaakt ben. Festivals noch concerten. De uitvoeringen waarbij je rustig zitten kan uitgezonderd. Toch zijn er een aantal concerten waar ik graag bij was geweest. De eerste is Live Aid (1985), waar mijn vader een fraaie DVD-uitvoering van had en die waarvan we het optreden van Queen nagespeeld zagen in de film Bohemian Rhapsody. Stuiterend van enthousiasme kwamen we de ...
Door rechtse vrienden word ik in discussies nog wel eens, haast beschuldigend, ‘links’ genoemd. Op zulke momenten sla ik mijn ogen neer en brom ik dat dat allemaal wel meevalt. Op een rechtse blog las ik ooit een venijnig stukje over linkse mensen, die je volgens de blogger kunt herkennen aan het dragen van een groene jas. Dat vond ik een geestige typering, al voelde ik mij wel aangesproken. Groen geniet nu eenmaal de voorkeur bij het aanschaffen van jassen. Maar al draag ik een groene jas: uitgesproken links ben ik niet. Rechts evenmin. Heb helemaal niets met dat hoefijzeridee, waarom zou je van beide partijen niet de goeie kanten kunnen zien? Ik heb de algehele aversie die op ons dorp heerst tegen links nooit goed begrepen: het bestaat bij ons gewoonweg niet. Waar zou je je dan druk om maken? En wat stellen de begrippen links en rechts tegenwoordig nog helemaal voor? Kijk je naar de klassieke definitie, of naar de hedendaagse? In het geval van de klassieke definitie zal...