Doorgaan naar hoofdcontent

#48 Vakantiekater

 De regen tikt tegen het raam. Af en toe hoor ik de wind over het dak razen. Ik ben weer thuis.

Vierentwintig uur geleden hing het vliegtuig waarin ik zat nog in de lucht, ergens halverwege Bari en Amsterdam. Een uur later zou ik Schiphol uitstappen en schrikken van de kille herfstwind die hier plotseling waait. Een week maar, zeven-en-halve dag om precies te zijn, ben ik op vakantie geweest. En toch moet je wennen, als je na een paar dagen, vanuit de zomerzon de herfstwind instapt. Ik werd er een beetje chagrijnig van.

Vakantiekater heet het officieel en ik dacht altijd dat het een overdreven fenomeen was, een zogenoemd first world problem. Maar nu ik de koffers heb uitgepakt, de wasmachine haar eerste was laat draaien en het bed schreeuwt om een knippien te doen, overvalt me een vervelend, leeg en zelfs een klein beetje verdrietig gevoel. En dan besef ik dat ik hem te pakken heb: de vakantiekater.

Zou het de overgang van Italië naar Nederland zijn? Ik ben blij dat ik weer in mijn eigen ben, dat ik straks mijn familie weer kan zien en dat ik veilig en wel weer op Urk ben. Misschien is het de stilte. Ik heb een week met Anneke opgetrokken. En dan doe je alles samen. Samen ontbijten, rijden, eten, klagen, stranden bezoeken, snurken. Door twee goede vrienden zijn we van Schiphol opgehaald en de terugrit was gezellig. En dan is het opeens allemaal voorbij. Vakantiekater.

Ik ga op een bekkien bij mijn bessien, bezoek mijn moeder en praat haar bij als ik de vakantiefoto’s laat zien. Ik doe wat boodschappen in de AH en merk dat ik onbewust het prijsverschil tussen Nederlandse en Italiaanse supermarkten vergelijk.

Italië is een geweldig vakantieland. Ik ben er nu viermaal geweest. De eerste keer was Rome. Een geweldige stad waar de geschiedenis voor het oprapen ligt. Ooit het centrum van een wereldrijk, met tentakels over de gehele toen bekende wereld. Die tentakels heeft de stad nog steeds, al zijn ze nu Rooms en trekken ze vooral vromen en toeristen.
   De tweede keer was een roadtrip vanuit het noorden naar het midden. Vanuit pakweg de Dolomieten naar Napels en via de westkust weer naar boven. Eén van de mooiste en leukste vakanties die ik ook heb gehad. Niet zelden pak ik het fotoboek uit de kast en blader ik door het o zo toeristische Venetië, het beeldschone en culinaire Toscane, het ruige maar levendige Napels en het charmante Cinque Terre.
   De derde keer was het eiland Sicilië. Een eiland dat zomer schreeuwt, een eigen identiteit heeft die me prima bevalt en landschap heeft dat net zo divers is als de bevolking. Een eiland dat, letterlijk, tussen Europa en Noord-Afrika ligt en dat merk je overal aan terug. Aan het eten, aan het landschap en vooral aan de mensen. Sicilië staat nog steeds op mijn lijstje van plekken waar ik ooit naar toe wil, en zal daar ook wel blijven staan.
   En nu, de vierde keer, Puglia. Een regio in de hak van de laars. Van tevoren wist ik niet zo goed wat ik er van verwachten moest, zoals je dat vaker hebt met vakanties, maar Puglia heeft zeker haar charme laten zien. Het is één van de meest armoedige streken van Italië, het landschap is er vaak dor en samen met haar steden en dorpjes bij vlagen aftands, maar doe eens de moeite om er doorheen te prikken en je wordt beloond met de meest imposante landschappen, verstopte plekken die indrukwekkend zijn en de meest hartelijke mensen.

Italië is een vakantieland. Naast haar industrie is toerisme de grootste inkomstenbron. In deze tijd, ik geef het toe, is op vakantie gaan niet altijd te verantwoorden. Het voelt ergens een beetje egoïstisch. Je neemt een vliegtuig terwijl je weet wat het uitstoot aan vuiligheid. Je rijdt een uur om een plekje te zien waar je niet langer dan een middag blijft, een colaatje besteld en een souvenirtje koopt en dan weer vertrekt. Je hekelt massatoerisme en tegelijk maak je er deel van uit. Je lacht de instagrammeisjes uit die een hele straat ophouden omdat ze een perfect plaatje willen voor op de socials. En dat is niet met één foto bekeken. Nee, er wordt geposeerd in verschillende houdingen, gefotografeerd uit verschillende hoeken en terwijl iedereen voor een authentiek plaatje gaat waarmee ze de blits kunnen maken op internet, komt iedereen met precies dezelfde foto’s thuis.

In de avond komen vrienden. Eentje neemt een restje bloemkoolsoep mee. In de oven verwarm ik focaccia die belegd wordt met mozzarella, tomaat en basilicum – om nog maar in Italiaanse sferen te blijven. We kijken wat televisie, hangen in de bank en praten elkaar bij. Langzaam ebt de vakantiekater weg en hoewel mijn tenen altijd krommen bij het woord zelf merk ik dat ik het toch ben: dankbaar.

Reacties

Populaire posts van deze blog

#350 Kwartaalrapportage IX

Mensenkinderen, wat vliegt de tijd. Is het zomaar alweer eind maart. Zomertijd. De eerste kwart zit erop. De kop is eraf. Tijd voor de eerste kwartaalrapportage van ’26. Lezen gaat in golfbewegingen. Soms lees je drie of vier boeken achter elkaar, en soms lees je een hele maand niet. Maart was zo’n maand waarin ik niet het juiste boek kon vinden. Komt vast wel weer. Dit jaar wilde ik het anders aanpakken. Na het lezen van het eerste boek besloot ik dat het volgende boek verband moest houden of een link moest hebben met het vorige boek. Een soort boekenalgoritme. Dat kon twee kanten opgaan: of ik zou heel makkelijk onverwachte titels gaan lezen, of ik zou eindeloos moeten zoeken naar een goede titel en daardoor juist minder gaan lezen. Allebei de situaties zijn het geval, denk ik. Maar goed, hierbij dus het algoritme tot zover. Wie weet zit er een leuke titel voor je tussen. Wie weet ook niet. Dat mag je lekker helemaal zelf weten. Leuk he? Hoax -  Jan-Willem van Prooijen ...

#177 terug Europa in

In Europa – proloog Als ik de vraag zou krijgen welk boek hét beste geschiedenisboek ooit is, zou ik meteen naar de boekenkast lopen om er een dikke pil uit te pakken. Er bestaan zoveel mooie, goede en interessante geschiedenisboeken (en stripboeken), maar ééntje steekt daar toch wel echt met kop en schouders bovenuit. En het is dit jaar 20 jaar geleden dat het boek uitgebracht werd. Het beste geschiedenisboek ooit blijft, in mijn optiek, In Europa van Geert Mak. Europese Steinbeck Geert Mak is geen historicus, zoals hij dat zelf vaak op bescheiden toon benadrukt. Hij is een journalist. Maar dat juist die twee dingen, journalistiek en geschiedkunde, bijzonder goed samengaan, heeft Mak met zijn In Europa bewezen. Er is geen ander boek als dit boek. Het zijn twee reizen die Mak hier maakt: eentje door het Europa van 1999 en eentje door die hele akelige, spannende, bewonderingswaardige en dynamische twintigste eeuw. Hij liet zich er voor inspireren door John Steinbeck, een Amerika...

#208 De mensheid zal nog van mij horen

Mag je een boek bejubelen alvorens je hem uitgelezen hebt? Ga het toch doen. In de podcast Radio Romano, een voortzetting van de Krokante Leesmap, werd het nieuwe boek van Joris van Casteren getipt. Bekend van titels als Lelystad, Het been in de IJssel en Het zusje van de bruid. De titel van dat boek over de man die jarenlang zijn overleden moeder in huis bewaarde heb ik zo snel niet paraat. Lelystad was een toffe leeservaring, kan niet anders zeggen. Zijn manier van schrijven - kort en afstandelijk en juist daardoor ironisch – trok me in een mum van tijd door dat hele boek heen. Van Casteren heeft een oog voor het menselijk tekort, en er is niets mooiers dan het menselijk tekort. Even zonder gekheid, de boeken van Van Casteren zijn niet enkel droog of grappig. Vaak juist een beetje luguber. Zoals Het been in de IJssel, wat gaat over, nou ja, een gevonden menselijk been in de IJssel. Dat boek is een zoektocht naar de eigenaar van dat been, wat hem uiteindelijk helemaal naar Duitsland l...