Doorgaan naar hoofdcontent

#109 De Friezen: terp of dorp?


Werken in een bibliotheek betekend dat er dagelijks tientallen boeken door je handen glijden. En soms heb je er eentje in je klauwen waarvan je denkt: he, wat leuk, die neem ik mee.

Dat dacht ik ook bij De Friezen van Flip van Doorn. Iemand die naar de provincie van zijn grootouders is getrokken en vanuit daar het gebied en zijn bewoners onderzocht. En alle mythes die in de geschiedenis van het vrijheidslievende volkje geslopen is.
   Maar och, wat is het toch een heerlijke geschiedenis.
   Ik ben trouwens nog lang niet door het boek heen, maar ik werd er zo blij van, dat ik het gewoon wil delen.

In de geschiedenislessen op de basisschool heb je vast geleerd dat de eerste bewoners in Friesland op terpen woonden. Terp. Terpen. Ik heb dat altijd grappig blijven klinken.
   Een terp was een ophoging in het landschap waarop mensen hun boerderijtjes en woningen bouwden. Zo bleven ze droog tijdens de vloed. Tot zover mijn kennis over het woord terp.
   Maar het Friese terp vindt zijn oorsprong in het Oud-Germaanse ‘thorp’. En dat woord klinkt ons nog steeds bekend. Want een verzameling huisjes en boerderijtjes is, inderdaad, een dorp.

Aan het begin van de vroege middeleeuwen woonden de Friezen, van oudsher zeekustbewoners, van Duinkerke tot aan Denemarken. In de loop van de geschiedenis zijn die grenzen teruggeschoven naar wat wij nu als Friesland kennen, maar er zijn nog altijd sporen van die tijd aanwezig. Die zitten ‘m onder andere in de taal.

Wie het nieuws van de hoogwaterstanden de laatste tijd een beetje gevolgd heeft, zal het vast opgevallen zijn dat er over spuisluizen gesproken werd. Het principe is simpel: bij laagwater staat de sluis op een kier zodat het overtollige water naar de zee kan lopen, bij hoogwater wordt de sluis dichtgedrukt zodat er geen zeewater het land instroomt. Langs de hele (Wadden)kust vind je die.
   In de Duitse regio’s Noord, - en Oost-Friesland heet zo’n kering een Siel. In het Gronings een ziel en in het Fries een syl. En via het Nederlands komt het woord uiteindelijk als zijl terecht in plaatsnamen als Delfzijl, Noordpolderzijl en Oudebildtzijl.

In het Duitse Friesland heten terpen dan weer Warfe. Van het Oudfriese woord hwarf. Dat is langzaam veranderd in woorden als Warf, Wurth, Worth, Ward en Werd. Meer westelijker: wier, werf.
    Van Leeuwarden, Bolsward, Jorwerd, Wieringerwerf tot aan het Duitse Ferwerd, Langwarden en Tadenswarf, allemaal vinden de in het oorspronkelijke Friese taalgebied gelegen plekken hun oorsprong in het oude hwarf.

Fascinerend, vind je niet?

Nu snap ik ook ineens dat Wieringerwerf helemaal niets met een werf te maken heeft – de plaats ligt zelfs midden in de polder – maar alles met het feit dat ze daar, mocht er ooit een dijkdoorbraak voorkomen, een terp hebben gebouwd! Die dijkdoorbraak kwam overigens. En de terp heeft zijn nut bewezen.

Tot zover de terpen. Ik ben reeds begonnen aan het hoofdstuk over Dokkum en Bonifatius. Hakkeeuh! 

Reacties

Populaire posts van deze blog

#177 terug Europa in

In Europa – proloog Als ik de vraag zou krijgen welk boek hét beste geschiedenisboek ooit is, zou ik meteen naar de boekenkast lopen om er een dikke pil uit te pakken. Er bestaan zoveel mooie, goede en interessante geschiedenisboeken (en stripboeken), maar ééntje steekt daar toch wel echt met kop en schouders bovenuit. En het is dit jaar 20 jaar geleden dat het boek uitgebracht werd. Het beste geschiedenisboek ooit blijft, in mijn optiek, In Europa van Geert Mak. Europese Steinbeck Geert Mak is geen historicus, zoals hij dat zelf vaak op bescheiden toon benadrukt. Hij is een journalist. Maar dat juist die twee dingen, journalistiek en geschiedkunde, bijzonder goed samengaan, heeft Mak met zijn In Europa bewezen. Er is geen ander boek als dit boek. Het zijn twee reizen die Mak hier maakt: eentje door het Europa van 1999 en eentje door die hele akelige, spannende, bewonderingswaardige en dynamische twintigste eeuw. Hij liet zich er voor inspireren door John Steinbeck, een Amerika...

#350 Kwartaalrapportage IX

Mensenkinderen, wat vliegt de tijd. Is het zomaar alweer eind maart. Zomertijd. De eerste kwart zit erop. De kop is eraf. Tijd voor de eerste kwartaalrapportage van ’26. Lezen gaat in golfbewegingen. Soms lees je drie of vier boeken achter elkaar, en soms lees je een hele maand niet. Maart was zo’n maand waarin ik niet het juiste boek kon vinden. Komt vast wel weer. Dit jaar wilde ik het anders aanpakken. Na het lezen van het eerste boek besloot ik dat het volgende boek verband moest houden of een link moest hebben met het vorige boek. Een soort boekenalgoritme. Dat kon twee kanten opgaan: of ik zou heel makkelijk onverwachte titels gaan lezen, of ik zou eindeloos moeten zoeken naar een goede titel en daardoor juist minder gaan lezen. Allebei de situaties zijn het geval, denk ik. Maar goed, hierbij dus het algoritme tot zover. Wie weet zit er een leuke titel voor je tussen. Wie weet ook niet. Dat mag je lekker helemaal zelf weten. Leuk he? Hoax -  Jan-Willem van Prooijen ...

#301 Kerstkuieren (met de auto)

Ieder mens kent zo zijn eigen rituelen in de decembermaand. Sinterklaassurprises maken, kerstbomen optuigen, stemlijstjes maken met je favoriete muziek; je kent het wel. Sommige van die rituelen hangen samen met herinneringen en nostalgische gevoelens. Zo neurie ik nog altijd wat nummers van Een boom vol liedjes , dé kerst-cd van Elly en Rikkert, bij het optuigen van de kerstboom. Op het particuliere decemberrituelenlijstje staan nog wel meer dingen, maar één ding daarvan is kuieren. Kerstkuieren. Bij voorkeur op z’n Urkers: met de auto. Het doel: de meest uitbundige kerstverlichting vinden. Het mag wanstaltig zijn. Genieten juist.  Ooit reden we na een etentje met een volle auto vanuit Kampen terug naar Urk. Omdat we rubbernekken toen nog geinig vonden, besloten we bij Nagele af te slaan om te zien hoe het dorp en haar bewoners de kerstverlichting hadden georganiseerd. Nagele stelde niet teleur en een nieuwe decembertraditie was geboren. Bij de tweejaarlijkse lichtjesroute d...