Toen ik eens bij toeval een berichtje van The New York Times voorbij zag komen, waarin vermeld werd dat er na 60 jaar voor het eerst Europese verhalen van Mickey Mouse, Donald Duck en Oom Dagobert uitgegeven zouden worden in de Verenigde staten, vroeg ik mij af waarom de stripverhalen van Donald Duck hier nog steeds zo populair zijn en in zijn thuisland al decennia niet meer worden uitgegeven. Volgens de uitgever hebben de verhalen een ‘rijke traditie’ in Europa, en is het tijd om ze ‘terug te halen’ naar Noord-Amerika.
Dat bracht me tot de volgende vraag: is Donald Duck ondertussen, in plaats van een Amerikaanse, geen Europese eend geworden?
De twee Donalds
We kennen Donald Duck hier vooral als de stripheld van zijn eigen weekblad, maar de eend maakte ooit zijn entree op het witte doek. Dat was in het korte filmpje The Little Wise Hen (1934). Donald – daar echt nog een eend – was in dat filmpje een nare, luie, gemene en zelfs agressief stuk crapuul. Naar verluidt heeft Walt Disney alle eigenschappen in de eend gestopt die hij in werkelijkheid aan mensen hekelde.
Dan hebben we de Donald Duck zoals we die kennen uit de stripverhalen. Zo nu en dan nog steeds een driftkikker, maar toch verder een goedmoedige eend met de beste bedoelingen, die vaak ongenadig hard belemmerd worden door pech en noodlottigheden. Bovenal is het een liefhebbende oom voor zijn neefjes.
Donald Duck bestaat als het ware uit twee eenden: een film-eend en een strip-eend. Door de jaren heen zijn ze steeds meer uit elkaar gegroeid en hebben ze hun eigen karakter ontwikkeld. In Amerika blijft het vooral een eend die onverstaanbaar driftig kwaakt, in Europa is het een goedmoedige en menselijke pechvogel.
![]() |
| @Disney hoor! |
De films waarin Donald Duck de hoofdrol speelde, stammen allemaal uit de jaren dertig en veertig. Dat was ook de tijd dat de studio begon uit te breiden en Disney-tekenaars de opdracht gaf verhalen rond de filmfiguren te tekenen. Ze werden uitgegeven als Walt Disney’s Comics and Stories.
Vanaf 1952 kon ook het Nederlandse publiek deze stripverhalen lezen, nadat eerder in de Scandinavische landen de Amerikaanse verhalen vertaald werden uitgegeven in weekbladen. Net als bij Kalle Anka, Anders And en Aku Ankka, viel het de lezers van Donald Duck Weekblad op dat de meeste verhalen door één iemand getekend moesten zijn. Die verhalen waren avontuurlijker, geestiger en vaak beter getekend dan die van andere Amerikaanse auteurs. In Amerika, waar het lezerspubliek hetzelfde opmerkte, werd de onbekende auteur The Good Duck Man genoemd.
Het was pas na het overlijden van Walt Disney in 1966 dat de studio bekendmaakte dat niet alle verhalen door Disney zelf getekend werden, een mythe die hij graag in stand hield. De verhalen van Donald Duck die zo populair waren in de VS en Europa, waren afkomstig van de Amerikaanse tekenaar Carl Barks (1901–2000).
Carl Barks
Carl Barks was degene die Donald Duck meer karakter gaf en hem liet wonen in een herkenbare omgeving. Hij schiep Duckstad, en veel van haar bewoners. Oom Dagobert, Guus Geluk, Willie Wortel en de Zware Jongens zijn allemaal van zijn hand.
Barks’ Duck-strips waren geen brave kinderstrips zoals die in de jaren vijftig zoveel verschenen. In Amerikaanse verhalen won de held altijd, zolang hij het goede deed. Bij de Donald Duck van Carl Barks was dit niet het geval. Ook al wil Donald het goede doen, hij lijdt vaak de nederlaag. Zijn goede bedoelingen worden niet zelden genadeloos gedwarsboomd door botte pech of andere noodlottigheden. Barks maakte van Donald Duck de underdog, en dat zal ongetwijfeld hebben geleid tot zijn Europese populariteit.
Onze striphelden zijn geen superhelden die de dag redden met hun bovennatuurlijke gaven. Die van ons zijn doodgewone kinderen, liftbedienden of journalisten. En mochten ze bovenmenselijke krachten hebben, dan is dat simpelweg omdat ze als kind per ongeluk in een ketel met toverdrank zijn gevallen.
In de langere avonturen die Barks tekende, gaan de Ducks op reis naar verre, exotische of al dan niet onbestaande landen. De verhalen werden gedetailleerd getekend, met prachtig uitgewerkte decors. Deze manier van verhalen vertellen paste sowieso beter bij de naoorlogse traditie van het Europese beeldverhaal.
Overigens lazen de socialisten van de jaren zeventig de verhalen van Barks geheel anders. In het essay How to Read Donald Duck stelden zij dat het maar witte, koloniale eenden waren die hun cultuur opdrongen aan anderen. In de avonturenverhalen waarin de Ducks bijvoorbeeld Zuid-Amerika bezochten, lazen zij een Amerikaans cultuurimperialisme. Bovendien is Oom Dagobert, die zijn neef genadeloos uitknijpt, dé belichaming van het Amerikaanse kapitalisme. Toen Barks hier later naar gevraagd werd, vertelde hij dat daar niks van klopte. De bewoners van de landen die de Ducks bezochten waren vaker vriendelijker dan die van Duckstad, en in zijn verhalen uitte hij juist vaak Amerikaanse maatschappijkritiek. De hardvochtige behandeling van Donald door Dagobert was eigenlijk een spiegel van zijn behandeling en onderbetaling door Disney.
Opvallend is dat Barks Dagobert Duck een Schotse naam gaf: Scrooge McDuck. Hij maakte er een gelukszoeker uit Schotland van, die om uit armoede te ontsnappen naar de nieuwe wereld trok met het plan een fortuin te vergaren. Zijn neef liet de Schotse naam vallen en werd als tweede generatie een echte Amerikaan. Laat Dagobert een succesvolle immigrant zijn, en Donald een voorbeeld van geslaagde integratie. Hoe zou die andere Donald deze verhalen lezen? Maar genoeg van dit gekke zijsprongetje.
Wat verder ten grondslag kan liggen aan de populariteit van Barks' werk is dat hij de eenden als geen ander expressieve gelaatsuitdrukkingen mee kon geven. Van doffe wanhoop tot extatische vreugde, de figuren laten het niet alleen met hun gelaatsuitdrukking, maar met hun hele lichaam zien. Hij kon Oom Dagobert fantastisch laten niezen, bijvoorbeeld, of Donald ongekend grappig laten vallen.
Volgens Barks hield hij bij het schrijven van zijn strips geen eenden, maar mensen voor ogen. Het onderstaande prentje is daar een treffend voorbeeld van.
Europese tekenaars
Toen Barks halverwege de jaren zestig met pensioen ging, konden de Europese Duck-tijdschriften dus geen nieuwe verhalen meer publiceren. En de verhalen die wél beschikbaar waren, waren lang niet zo goed als die van Barks. Daarom werd in de jaren zeventig een Nederlands tekenteam opgericht onder leiding van Daan Jippes, een meesterlijke tekenaar die vrijwel iedere tekenstijl eigen kan maken.
Bekijk de Duckipedia-pagina van de Nederlandse tekenaars, of die uit het buitenland. Veel verhalen voor het Nederlandse weekblad worden namelijk getekend door buitenlandse tekenaars. Het verhaal Avontuur in Amsterdam uit 2007 is getekend door de Braziliaanse tekenaar Carlos Mota. In zijn prenten zit altijd beweging; ze zijn bijzonder zwierig getekend. Carlos Mota heeft overigens nooit zelf een voet in Amsterdam gezet.
![]() |
| Uit Avontuur in Amsterdam, 2007, door Carlos Mota. ©Disney, natuurlijk |
Al hebben alle tekenaars onvermijdelijk hun eigen stijl, toch zijn ze schatplichtig aan het materiaal van Carl Barks en proberen ze zo dicht mogelijk in de buurt daarvan te blijven. Dat is nu eenmaal de stijl zoals we die in Nederland en andere Noord-Europese landen gewend zijn. Onderling worden die verhalen trouwens ook uitgewisseld: er kan prima een verhaal van een Deense tekenaar in de Nederlandse Donald Duck staan, en een verhaal van de Nederlandse Mau Heymans kun je zomaar in de Zweedse of Duitse edities tegenkomen.
Door al die uitwisseling van Duck-verhalen door heel Europa is er door de jaren heen, meen ik, een Europese Donald Duck ontstaan. Al blijft Duckstad een fictieve stad ergens aan de Amerikaanse westkust. Maar zelfs dat is niet meer zeker te zeggen: in de laatste editie van het weekblad, die om de Sneekweek draait en ik voor de aardigheid even doorbladerde, stapten de eenden in de auto richting Friesland.
Het is fijn dat de Amerikaanse lezers nu kennis kunnen maken met de Europese Donald Duck. Al blijft de vraag - en de oorspronkelijke reden van deze blogpost - wélke Europese Donald?
Noord versus Zuid
Zoals Donald Duck dus bestaat uit een film-eend en een strip-eend, bestaat er ook een Noord-Europese Donald en een Zuid-Europese Donald.
De Nederlandse en andere Noord-Europese tekenteams wilden zo dicht mogelijk in de buurt blijven van Barks. Ze bleven schatplichtig aan zijn materiaal, en de verhalen bleven in klassieke stijl getekend. In Italië, waar de verhalen sinds 1932 worden uitgegeven in het weekblad Topolino, werden de tekenaars geïnspireerd door Romano Scarpa. Ook die liet zich inspireren door het werk van Barks, maar dan op z'n Italiaans.
Zo bevatten daar pagina's in plaats van vier slechts drie strookjes, met vaak maar zes prentjes. Dat maakt de strips drukker. De stijl is wat simpeler, met minder aandacht voor details en achtergronden. De interactie tussen de figuren bevat meer slapstick. Deze verhalen, van Italiaanse makelij maar verspreid door heel Zuid-Europa, worden hier uitgegeven in pocketuitgaves. Ze hebben me nooit weten te bekoren.
Langzaamaan heeft Donald Duck zich in twee richtingen geëvolueerd. En omdat het toch een beeldverhaal blijft, kun je het beter laten zien dan beschrijven. In eerste instantie wilde ik het bij één plaatje houden, maar Canva is zo'n lekker gebruiksvriendelijk programma, dat ik de smaak te pakken kreeg en het een beetje uit de hand liep.
![]() |
| ©Disney, voor alle zekerheid |
![]() |
| Nogmaals: ©Disney Paperina draagt overdreven strikjes op haar schoeisel. Nergens voor nodig. |
![]() |
| Ik kan het niet vaak genoeg benadrukken: ©Disney |
![]() |
| Ik ben maar een arme blogger en geen partij tegen 's werelds grootste advocatenleger, dus: ©Disney |
Willie Wortel versus Archimede Pitagorico.
![]() |
| Moge het geluk van Guus aan mijn zijde zijn: ©Disney |
![]() |
| Je weet: @Disney Nonna Papera, of Oma Duck, mag niet ontbreken. |
![]() |
| Tot slot: ©Disney |
.png)


.png)
.png)
.png)


.png)
.png)
.png)
Reacties
Een reactie posten