Niemand weet wanneer het precies begon, maar iedereen weet dat het nooit meer weg gaat. Het Engels is het lichaam van de Nederlandse taal binnengedrongen en heeft zich daar vastgezet, als cholesterol in bloedvaten.
Wat is het
Nederlandse woord voor ‘bedframe’, dacht ik laatst. Hoe noemden mensen het meubelstuk
waarin het matras wordt geplaatst, voordat het Engels in opmars raakte? Ik kon
er niet opkomen. Bedombouw, leerde ik van Google. Hoor je dat ooit iemand nog
zeggen? Zelfs Word, niet de eerste de beste tekstverwerker, herkent het woord
niet en onderstreept het met zo’n rood kronkellijntje. Terwijl, er niets mis
met bedombouw. Een lekker woord zonder franjes. Dekt de lading. Helemaal prima.
Jaaaaa, het Engels is nu eenmaal het nieuwe
Esperanto of de nieuwe linqua franca zo je wilt, en neeeee, je ontkomt
er niet aan. Tuurlijk, tuurlijk, tuurlijk, het is lekker vlot en hip voor marketing
en dergelijke. Vooruit, vooruit, in het Engels zijn er soms woorden die mooier
of beter zijn dan de Nederlandse. Ja, ja, ja. En taal hoort nu eenmaal in beweging te zijn. Jaahaaa.
Zo nu en dan
luister ik de podcast Nooit Meer Slapen, een cultuurprogramma waar voornamelijk
creatieve makers worden uitgenodigd. Het valt me op dat een nieuw Engels woord
in de mode is: dedication. Creatieve makers, maar ook sporters, zijn
graag dedicated aan hun werk. Dat is prachtig, vind ik echt, maar het
Nederlandse equivalent - toewijding - vind ik nog mooier.
Juist omdat ik
toegewijd ben aan toewijding, vind ik het jammer dat dat woord langzaam maar
zeker in onbruik vervalt. Zoals meer mooie Nederlandse woorden. Zonder in onnodige
nostalgie te willen vervallen, voel ik altijd een lijfelijke weemoed als ik het
Nederlands uit de jaren ’60 en ’70 hoor, hoe helder dat gesproken werd.
Wil je helder
Nederlands horen, kijk dan op YouTube wat van Godfried Bomans, Simon Carmiggelt
of Paul van Vliet (kráákhelder!). Joost Prinsen mag ook. (🧡).
Wil je helder
Nederlands lezen, lees dan vooral Carmiggelt.
Nog een paar laatste voorbeelden van Nederlandse welbespraaktheid dan: Paul Witteman en Kees van Kooten. De laatsten der Mohikanen.
Op een zeker
moment begon ik een denkbeeldig lijstje te maken met mooie Nederlandse woorden,
woorden die ik voornemens ben vaker te gebruiken, woorden die het verdienen wat
vaker te worden opgeschreven en te worden uitgesproken.
Barmhartig,
erbarmelijk, nodeloos, voortvluchtig, voorwendsel voortdraven, voortdurend, vergevingsgezindheid,
goesting, plotsklaps, wasdom, willekeur, lieflijk, smarten, vergankelijk, zaligmakend, nooddruftig,
apenstaartje… nou ja,
en bedombouw dus.
Op de website
van Onze Taal vond ik een overzicht van ‘mooie woorden’. De moeite waard eens
te bekijken. Zo is het mooiste dialectwoord volgens de site ‘pieneköttel’,
Winterwijks voor ‘zuinig persoon’.
Als we zoveel
uit het Engels lenen, waarom niet uit dialecten of andere Europese talen? pieneköttel
zou prima in het Urkers passen, dan maken we er pinnekuutel van. Alwier
een Tikkien van die pinnekuutel!
Ook leuk: het
mooiste woord van Europa; minnepin. Dat is Noors voor ‘USB-stick’. Heb
je het bestand op de mail of op de minnepin?
Kantoorwerk zou
nog eens leuk kunnen worden.
Reacties
Een reactie posten