Doorgaan naar hoofdcontent

#313 Breng je geleende woorden eens terug

Niemand weet wanneer het precies begon, maar iedereen weet dat het nooit meer weg gaat. Het Engels is het lichaam van de Nederlandse taal binnengedrongen en heeft zich daar vastgezet, als cholesterol in bloedvaten.

Wat is het Nederlandse woord voor ‘bedframe’, dacht ik laatst. Hoe noemden mensen het meubelstuk waarin het matras wordt geplaatst, voordat het Engels in opmars raakte? Ik kon er niet opkomen. Bedombouw, leerde ik van Google. Hoor je dat ooit iemand nog zeggen? Zelfs Word, niet de eerste de beste tekstverwerker, herkent het woord niet en onderstreept het met zo’n rood kronkellijntje. Terwijl, er niets mis met bedombouw. Een lekker woord zonder franjes. Dekt de lading. Helemaal prima.

Jaaaaa, het Engels is nu eenmaal het nieuwe Esperanto of de nieuwe linqua franca zo je wilt, en neeeee, je ontkomt er niet aan. Tuurlijk, tuurlijk, tuurlijk, het is lekker vlot en hip voor marketing en dergelijke. Vooruit, vooruit, in het Engels zijn er soms woorden die mooier of beter zijn dan de Nederlandse. Ja, ja, ja. En taal hoort nu eenmaal in beweging te zijn. Jaahaaa

Zo nu en dan luister ik de podcast Nooit Meer Slapen, een cultuurprogramma waar voornamelijk creatieve makers worden uitgenodigd. Het valt me op dat een nieuw Engels woord in de mode is: dedication. Creatieve makers, maar ook sporters, zijn graag dedicated aan hun werk. Dat is prachtig, vind ik echt, maar het Nederlandse equivalent - toewijding - vind ik nog mooier.

Juist omdat ik toegewijd ben aan toewijding, vind ik het jammer dat dat woord langzaam maar zeker in onbruik vervalt. Zoals meer mooie Nederlandse woorden. Zonder in onnodige nostalgie te willen vervallen, voel ik altijd een lijfelijke weemoed als ik het Nederlands uit de jaren ’60 en ’70 hoor, hoe helder dat gesproken werd.

Wil je helder Nederlands horen, kijk dan op YouTube wat van Godfried Bomans, Simon Carmiggelt of Paul van Vliet (kráákhelder!). Joost Prinsen mag ook. (🧡). 

Wil je helder Nederlands lezen, lees dan vooral Carmiggelt.

Nog een paar laatste voorbeelden van Nederlandse welbespraaktheid dan: Paul Witteman en Kees van Kooten. De laatsten der Mohikanen. 

Op een zeker moment begon ik een denkbeeldig lijstje te maken met mooie Nederlandse woorden, woorden die ik voornemens ben vaker te gebruiken, woorden die het verdienen wat vaker te worden opgeschreven en te worden uitgesproken.

Barmhartig, erbarmelijk, nodeloos, voortvluchtig, voorwendsel voortdraven, voortdurend, vergevingsgezindheid, goesting, plotsklaps, wasdom, willekeur, lieflijk, smarten, vergankelijk, zaligmakend, nooddruftig, apenstaartje… nou ja, en bedombouw dus.

Op de website van Onze Taal vond ik een overzicht van ‘mooie woorden’. De moeite waard eens te bekijken. Zo is het mooiste dialectwoord volgens de site ‘pieneköttel’, Winterwijks voor ‘zuinig persoon’.

Als we zoveel uit het Engels lenen, waarom niet uit dialecten of andere Europese talen? pieneköttel zou prima in het Urkers passen, dan maken we er pinnekuutel van. Alwier een Tikkien van die pinnekuutel!

Ook leuk: het mooiste woord van Europa; minnepin. Dat is Noors voor ‘USB-stick’. Heb je het bestand op de mail of op de minnepin?

Kantoorwerk zou nog eens leuk kunnen worden.

Reacties

Populaire posts van deze blog

#209 de Trumpweek

Een van de meest ingrijpende gebeurtenissen afgelopen week maakte nauwelijks indruk. Op mij noch op de mensen om me heen. Zelfs op sociale media is het behoorlijk rustig. In dat malle grote land is Donald Trump herkozen als president.    ‘Trump is weer president he,’ zei een collega terloops.    ‘Tsja, het is allemaal wat,’ antwoorde ik.    En daarmee was de bespreking van de verkiezingsnacht afgehandeld. Terwijl bij iedereen de alarmbellen af zou moeten gaan – Trump is een lont in een akelig gevaarlijk hoopje buskruit – gebeurt dat niet echt. Tenminste, ik heb het niet meegekregen. Misschien omdat mijn sociale-mediaconsumptie ook niet meer is wat het was. De fratsen van die andere halve zool, Elonnetje Musk, zorgt ervoor dat ik steeds minder zin heb om op die grote X te tikken. Na een tijdje merk je dat je er niks aan mist ook. Maar goed, we hadden het over de Amerikaanse verkiezingen. Iemand waar ik af en toe mee samen werk is een aantal jaar terug me...

#219 Ranking de logo's

Vanochtend hoorde ik onderweg naar werk in het nieuwsbulletin van Radio2 de ophef voorbijkomen over het nieuwe logo van de Gemeente Urk. Kom op jongens, het is toch een kostelijk plaatje?  Omdat de ambtenaren van de NOP weer aan het werk zijn gegaan, was het zoeken naar een plekje. Mijn Toyotaatje (de meeste Toyota's per inwoners!) parkeerde ik naast een busje van de gemeente. Pas toen viel het logo van de NOP mij op. Was ik al wel bekend mee natuurlijk, maar een mens kijkt nu eenmaal anders naar zaken als hij net uit een dorp vol ophef komt puffen. Laten we de logo's van de andere Flevolandse gemeenten eens van dichtbij bekijken. En laten we er meteen een ranglijstje van maken.  Gemeente Almere Slogan: Het kán in Almere! Het logo van de gemeente Almere springt meteen in het oog. Hier is groots uitgepakt. Er wordt ook prettig gespeeld met het perspectief, waardoor je pas na een tijdje kijken een grote A ontwaart. Groots, maar plat. Almere samengevat. Had wel wat meer creativit...

#208 De mensheid zal nog van mij horen

Mag je een boek bejubelen alvorens je hem uitgelezen hebt? Ga het toch doen. In de podcast Radio Romano, een voortzetting van de Krokante Leesmap, werd het nieuwe boek van Joris van Casteren getipt. Bekend van titels als Lelystad, Het been in de IJssel en Het zusje van de bruid. De titel van dat boek over de man die jarenlang zijn overleden moeder in huis bewaarde heb ik zo snel niet paraat. Lelystad was een toffe leeservaring, kan niet anders zeggen. Zijn manier van schrijven - kort en afstandelijk en juist daardoor ironisch – trok me in een mum van tijd door dat hele boek heen. Van Casteren heeft een oog voor het menselijk tekort, en er is niets mooiers dan het menselijk tekort. Even zonder gekheid, de boeken van Van Casteren zijn niet enkel droog of grappig. Vaak juist een beetje luguber. Zoals Het been in de IJssel, wat gaat over, nou ja, een gevonden menselijk been in de IJssel. Dat boek is een zoektocht naar de eigenaar van dat been, wat hem uiteindelijk helemaal naar Duitsland l...