Doorgaan naar hoofdcontent

#141 LENTESUPPEN

 

´Als het zulk lekker weer blijft gaan we de eerste van maart hoor! ´ zei Anneke op de terugweg. We hadden een kuiertje gedaan bij Netl (voorheen Brennels). Een polderparel, jawel, zo mag het heus wel genoemd worden. Het is een restaurantje, strand, meer, camping, evenemententerrein, bamboebos, wandelgebied en nog zoveel meer in één. Met een beetje fantasie waan je je in de duinen. Met nog wat meer fantasie in een tropisch regenwoud. 

Een week later, de tweede van maart, een zaterdag, was het ineens lente. Ik had net mijn autootje aan de binnenkant schoongemaakt toen ik een berichtje kreeg: moeten we?

Het is nog te koud, dacht ik. En dan moet ik alles uit mijn schuurtje slepen. Eigenlijk heb ik daar helemaal geen zin in. Maar het weer was te aangenaam om er niets mee te doen. En dus appte ik: is goed.

Een klein uurtje later dreven we in het water. De wetsuit die ik gezocht had bleek te overwinteren in de kattenbak, en dus had ik me warm aangekleed met een trainingsbroek en hoodie – voor het geval dat. Het water was nog altijd ijzig koud.

We peddelden een eindje over het meertje dat tijdens de wandeling een mooie plek had geleken voor de eerste suptocht van het jaar, maar veel te klein bleek om echt lekker te kunnen suppen.

Suppen, stand up peddeling, is vooral leuk als je dus staand kunt peddelen. Vanwege rugklachten lukt het me niet altijd om meteen overeind te komen zonder in het water te vallen en daar was het nu toch echt nog te fris voor. Maar het lukte. Al staande peddelden we rondom een eilandje, en toen de wind wegviel voelden we ineens de voorzichtige warmte van het voorjaarszonnetje.

Toen ik over het meertje peddelde en een beetje om me heen tuurde, dacht ik aan hoe de plek er twintig jaar geleden uit moet hebben gezien. Akkerland, stelde ik me zo voor. Vruchtbare poldergrond, wat ooit een kale zeebodem is geweest. Ik supte op een meertje waar ooit gewassen groeide op gulle akkers, waar daarvoor zeedieren over de bodem krioelden en zout water stroomde. En waar misschien (heel lang) daarvoor wel jagers en verzamelaars een tijdelijke nederzetting gebouwd hadden en gebruik hebben gemaakt van land dat later in zee zou verdwijnen. 

De polder blijft toch evengoed een wonderlijke plek he? 

Reacties