Op een schone zaterdag liepen we naar het Louvre. Een enorm ding. Een dag eerder had de gids ons verteld dat als je voor ieder werk 1 minuut zou stilstaan je ongeveer 21 dagen nodig bent om alles te zien.
Het is groots. Het is veel. Het is wow en het is óóóh.
Natuurlijk liepen we de zaal met de Mona Lisa binnen. Natuurlijk
mengden we ons in de menigte. En natuurlijk namen wij van het schilderij een
foto die we nooit meer terug zullen zien. Allemaal deel van de beleving.
Het Louvre is een enorme snoepwinkel. Iedere deur brengt je
naar een andere wereld. De schilderijen, artefacten, beelden, mozaïeken,
opgravingen, enzovoort, enzovoort zijn eindeloos. Het gaat maar door en door.
Op een zeker moment is verzadiging onvermijdelijk. Het brein
heeft maar plaats voor een beperkt aantal indrukken. We vergeleken het met een
paar uur kunst scrollen. Culturele brainrot.
We zochten naar de kamer met kroonjuwelen van Marie
Antoinette, maar kwamen terecht op de afdeling Mesopotamië. Tegen de wand
stonden een paar enorme Lamassu's, van die fabeldieren met leeuwenpoten en
vleugels. Mega gaaf.
Naast me stond een stel waarvan de man ineens door de knieën
zakte, voorover boog en tenslotte de grond een kus gaf. Nieuwsgierig als ik was
naar de beweegredenen hiervoor besloot ik daarnaar te vragen toen ik hem later
weer tegenkwam. Het was een Duits stel met Iraanse wortels, al noemden ze
zichzelf Perzen. Hij wilde zijn voorouders en hun cultuur eren. ‘Als je je
ouders na een lange tijd ziet geef je toch niet ook niet meteen een knuffel,’
zei hij, ‘dan laat je eerst zien dat je eerbied voor ze hebt’. En zo stonden we
nog wat te babbelen.
Na het Louvre dronken we ergens een bekkien. Met het
restje energie die onze voeten boden liepen we nog wat kerkjes binnen. Altijd
even kijken.
In de avond trokken we naar Montmartre, een wijk op een
heuvel, met als middelpunt de Sacre Coeur. Een imposante kerk, met een
indrukwekkende koepel. Op de lange trap voor de kerk zat half Parijs te
genieten van het uitzicht over Parijs, dat ook indrukwekkend was. Midden in het
publiek stond een microfoon, waar telkens iemand anders een deuntje in zingen
mocht. De rest zong mee. Lekker sfeertje hoor.
Bij Bachir betaalden we een Parijse prijs voor een Libanees
ijsje met pistache. Parijs heeft sowieso een grote levendige Libanese
gemeenschap. In de Sacre Coeur zagen we een drietal jongens een kaars opsteken
en bidden. Libanezen, vertelde ze ons toen daarnaar gevraagd werd. Ze baden voor hun land.
Door de sfeervolle straatjes van Montmartre slenterden we
weer terug naar het hotel. Wat een dag. Wat een stad.


.jpg)














Reacties
Een reactie posten