Omdat
Bevrijdingsdag een vrije dag is voor bibliotheekmedewerkers, rijden we die dag
via Steenwijk richting de Drentse heidegronden. De bestemming van de rit is
Westerbork. We willen het allebei eens zien, en omdat ze ook toevallig vrij is
heb ik m’n moe opgehaald.
Door stukjes
bos en over onverwachte heuvels rijden we langs de Havelterberg, een voor ons
onbekend maar aanlokkelijk natuurgebiedje. In Nederland kun je je om de dertig
kilometer telkens weer in een andere omgeving op vakantie wanen. Achter
Steenwijk begint dat al.
In het
herinneringscentrum leren we over Kamp Westerbork. Dat het in eerste instantie
gebouwd is om de (voornamelijk Joodse) vluchtelingen op te vangen uit
Nazi-Duitsland. Dat het in 1942 werd overgenomen door de Duitse bezetters. Dat het
kamp zoveel mogelijk op een gewoon dorp moest lijken, met sportactiviteiten,
cabaret- en muziekvoorstellingen en werkplaatsen. Dat de gemiddelde persoon
maar één tot drie dagen bleef, hooguit een week. Dat die dagen gevuld waren met
hoop en wanhoop.
Op een wand zien
we in filmfragmenten de levens van talloze Nederlandse joden. Er wordt gedanst, gevoetbald, feestgevierd, buiten
gespeeld. In eindeloze portretlijstjes zien we gezichten van opgewekte jonge
mensen, ernstige ouderen, poserende jongedames en dromerige jongemannen. Een
jong meisje poseert in Voledammer dracht. Dan ineens vervagen ze. De wand is
daarna nog maar dun bezaaid.
Er wordt ons
een geslaagde ontsnappingspoging vertelt door een ontsnapte gevangene, een
verhaal van een vrouw die slaagde uit het kamp te ontsnappen maar later
vrijwillig terugkeerde om bij haar verloofde te zijn, een man wiens naam door
stom toeval nooit op de deportatielijst is beland. Een paar uit de miljoenen
stemmen die niet gesmoord zijn. Ze moeten blijven klinken.
Er zijn
bibliotheken vol over geschreven, maar nog altijd is het moeilijk te bevatten
hoe de holocaust heeft kunnen plaatsvinden. Hoe het mogelijk werd. Hoe het
uitgevoerd kon worden.
Een anekdote van
Paul Siegel, inwoner van barak 64, trok mijn aandacht:
In december
1942 besloten we het Chanoekafeest in onze barak te vieren. Het toeval wilde
dat kampcommandant Gemmeker met zijn gevolg op dat moment voor een routinecontrole
de barak binnenkwamen. We sprongen allemaal direct in de houding.
Gemmeker beval ons door te gaan en verbleef nog enige tijd in de barak. Later
hoorden we dat hij, na het verlaten van de barak, aan de Joden die hem
vergezelden uitleg vroeg over de betekenis van Chanoeka.
Met een busje
worden we naar het voormalig kampterrein gebracht. De geschiedenis ná de oorlog
is net zo merkwaardig.
Vanaf de
bevrijding tot aan 1949 doet het kamp dienst als interneringskamp voor NSB’ers
en andere collaborateurs. Daarna doet het kamp korte tijd dienst als repatriëringskamp
voor Indische Nederlanders. In 1951 wordt het kamp tenslotte ingericht als ‘woonoord
Schattenberg’, voor KNIL-militairen uit de Molukken. Ze houden hun legerkisten
gevuld en paraat, voor een terugkeer dat nooit meer zal plaatsvinden. Oude
barakken worden verkocht aan boeren uit de omgeving, die ze gebruiken als stal
of opslagplaats.
De laatste
Molukse gezinnen vertrekken onder protest. Uit het audiotourapparaatje hoor ik
een Molukker met warme gevoelens terugblikken naar de sobere maar gezellige
tijd in het kamp.
Op het terrein
raken we aan de praat met twee oudere Canadezen, die met esdoornbladeren op hun
kleding en net zulke kelen als hun zuiderburen rondstampen over het terrein.
Zonder ernaar te vragen vertelt de man dat zijn fotografiehobby is begonnen met
zijn moeder, die in de menigte stond toen de Canadezen Doorn kwamen bevrijden
en door een soldaat werd vastgelegd met de camera. Toen ze ernaar vroeg kreeg
ze het toestel toegeworpen. Ze is met hem mee naar Canada gegaan. Toen ik vroeg
hoe de stemming was in Canada, met een hebberige Trump in het Witte Huis, zei
de man dat het Canadese volk verenigd is in het idee dat Trump een volslagen idioot
is. Daarna kreeg ik een souvenirtje in mijn handen geduwd uit London, Ontario. We
wensten de Canadezen nog een paar fijne dagen in Nederland toe.
Bij het
Nationaal Monument Westerbork zien we de bloemenkransen van de avond ervoor. Op
de gedenksteen met een vers uit Klaagliederen liggen kiezelsteentjes, op de
steen met Hebreeuws schrift liggen rozen.
Ongemerkt ben
ik al een paar minuten stil. En net als die twee minuten op 4 mei denk ik eigenlijk
niet zoveel. Er ligt een kleurrijk boeket van een regenboogvereniging op het
stukje spoor. Verderop wordt bij een bankje een jongen in een rolstoel
verschoond. Naast Joden werden ook Sinti en Roma, homoseksuelen, politieke
tegenstanders en mensen met een verstandelijke beperking actief vervolgd.
Wat is een
samenleving nog als je niet meer met elkaar samenleven kan?
We reden terug naar Urk. Vlakbij huis zwaaide ik naar een oud-cliënt die een fietstochtje deed. De zon brak voor heel eventjes door. En ik begreep iets beter van die gevierde vrijheid.

.jpeg)
.jpeg)


Reacties
Een reactie posten