Na het boek Europa van Alle Geschiedenis Ooit was het tijd voor een nieuwe titel. Ik bladerde wat door de catalogus onder de zoekterm ‘Europa’ en vond Waarom we Europeaan zijn, een essay van Thomas Huttinga uit 2024.
In het vlot geschreven essay neemt Huttinga boude stellingen
over een gedeelde Europese identiteit en geschiedenis. Als lezer word je met de
snelheid van de Teletijdmachine meegenomen door de 19e eeuw, de
opkomst van het nationalisme en de na-oorlogse visie op Europese samenwerking. In het korte boekje vliegt de schrijver soms ook iets te kort door de bocht, maar zijn enthousiaste vertelstem werkt aanstekelijk.
Het ironische van de natiestaat en het 19e -eeuwse
nationalisme is dat vrijwel ieder Europees land dezelfde ontwikkeling doormaakte.
Opeens kregen hoofdsteden een belangrijke functie en moesten ze nationale
grandeur uitstralen. In iedere Europese hoofdstad verschenen monumenten, musea,
concertzalen, bibliotheken en operahuizen, die de eigenheid van het land
moesten benadrukken, maar waarvan het ontwerp vaak werd afgekeken van bouwwerken
elders in Europa.
Als voorbeeld noemt Huttinga de bekende schilder Rembrandt. Of
het volgende waar is weet ik niet, maar de schrijver stelt dat Rembrandt zo goed
als vergeten was aan het begin van de vorige eeuw. De bekendste schilder van de
Lage Landen, zo stelt hij, was de Antwerpse Peter Paul Rubens. Toen België zich
in 1830 onafhankelijk verklaarde, hielden zij Rubens achter hun grenzen en werd
hij aldaar op de schilderstroon gehesen. Al in 1840 kreeg hij zijn eigen
standbeeld op de Antwerpse Groenplaats.
Nederland moest dus op zoek naar zijn eigen schilder uit de
gloriedagen van het nationale verleden. Dat werd Rembrandt. Zijn werk werd
afgestoft, de smet op zijn carrière (faillissement stond niet goed in de 17e
eeuw) werd vergeten en ook onze Rembrant kreeg zijn eigen standbeeld. Een icoon
voor het verleden van ons vaderland.
Maar dat standbeeld werd gemaakt door een in Mechelen
geboren Vlaming, die zijn vak leerde in Rome, in het atelier van een beroemde
Deense beeldhouwer. Het nationale standbeeld voor Rembrandt was onderdeel van
een Europees brede ontwikkeling.
Verschillende nationale handen, zo sluit Huttinga zijn hoofdstuk
af, bouwden aan een Europees bouwwerk dat juist over grenzen heen vloeide.
In 1830 werd er een harde grens getrokken tussen Nederland
en België. Stel dat dit niet was gebeurd, misschien had er dan helemaal geen
Nachtwacht, maar een werk van Rubens gehangen in de Nachtwachtzaal (die dan anders
had geheten natuurlijk).
Dan nog een fun fact uit het boekje: pas rond 1900 ontdekten
de bewoners van een oud pand aan de Jodenbreestraat in Amsterdam per toeval dat
ze te maken hadden met Rembrandts voormalige galerij en woning. Tegenwoordig is
het een heel tof museum, helemaal ingericht alsof Rembrant er nog zojuist
pigment heeft staan mengen, maar op de schouw na is niets er origineel. Geschiedschrijving
is soms een kwestie van toevallige ontdekkingen.
Het boekessay Waarom we Europeaan zijn is aan te raden voor
iedereen die geïnteresseerd is in Europa en de Europese samenwerking. Maar ook
juist aan de mopperaars! Huttinga’s enthousiasme werkt in ieder geval aanstekelijk.
Soms komt er zomaar van alles samen. En ik heb enorme
goesting om:
- De nieuwe podcastaflevering van De Ongelooflijke te beluisteren, omdat die toevallig hetzelfde thema behandelt! (Luistertip)
- Het Rembrandthuis in Amsterdam te bezoeken
- Het Rubenshuis in Antwerpen te bezoeken
- Überhaupt weer naar Antwerpen te gaan
- De raap van Rubens te herlezen (klassieker)
- De Nachtwachtbrigade te herlezen (och ja wel aardig)
- Vanavond een nieuwe aflevering van De Slimste Mens ter Wereld te zien. Geleerd: klepper. Dat is een praatjesmaker. Kleppen is dan weer opscheppen. En nieuwslezer worden journaalankers genoemd. Mooi he.

Reacties
Een reactie posten