Doorgaan naar hoofdcontent

#599 Een Brussels dagje

Soms lees je dat België een rijkere eetcultuur heeft dan Nederland. Wat het ontbijt betreft klopt dat. De broodjes waren heerlijk. Met een goedgevulde maag begon ik aan de vrijdag. Op de agenda stonden onder andere het Stripmuseum, het Riolenmuseum en misschien het Atomium.

Het Belgisch Stripmuseum

Het museum is gevestigd in een pand waar voorheen een warenhuis zat, ontworpen door Victor Horta, een hotemetoot uit de Jugendstilbeweging. Je komt binnen in een enorme hal, met links een stripwinkeltje en rechts een restaurantje. Voor je een rijkelijk vormgegeven trap naar het museum. In een hoek staat de raket uit Kuifje. Het voelde als thuiskomen.

Ik hoorde de directeur van het museum in een interview ooit zeggen dat de meeste bezoekers helemaal geen stripliefhebbers zijn. Het zijn vaak buitenlanders die België, en in het bijzonder Brussel, associëren met het beeldverhaal. Zoals mensen in Wenen een operavoorstelling bijwonen zonder thuis ook maar ooit een seconde naar klassieke muziek geluisterd te hebben, zo trekken hordes toeristen naar het Stripmuseum omdat ze de link tussen het beeldverhaal en België in hun hoofd hebben.

Wat het museum goed doet, is uitleg geven over wat het stripverhaal, of het beeldverhaal, nu precies is. Op een bordje las ik: Het antwoord kan in enkele woorden worden samengevat: een stripverhaal is een reeks beelden die een verhaal vormen, waarvan het scenario geïntegreerd is in de beelden. Dat is het uitgangspunt. De verbeelding en het talent van de auteurs doen de rest!

In de vaste tentoonstelling laten ze zien hoe een maakproces van een stripverhaal in zijn werk gaat. Van het opzetten van een scenario, naar de eerste schetsen, tot het inkten en inkleuren. Het beeldverhaal wordt hier consequent de 9e kunst genoemd. Wat wel wisselt zijn de platen die ze er laten zien. Deze keer waren het vooral platen uit Canadese stripverhalen, in het bijzonder uit het Franstalige Quebec. Ook daar kent men een levendige stripcultuur, die vaak Europees georiënteerd is.

Verder was er een tentoonstelling over de bekroonde stripreeks Alleen (Seuls), van scenarist Fabien Vehlmann en tekenaar Bruno Gazotti (ook bekend van de reeks Soda). En er was fraai werk te zien van de Vlaamse tekenaar Wauter Mannaert.

En nog wat juweeltjes natuurlijk, zoals het inktpotje en kroontjespen van Franquin. Een relikwie bijna.

Al met al heb ik mij een goeie ochtend uitstekend vermaakt. Iedereen die de 9e kunst weet te waarderen of gewoon een weekendje naar Brussel wil, kan ik het Belgisch Stripmuseum van harte aanbevelen. Al is het maar om een rondje door het gebouw te drentelen, een biertje te drinken in het restaurant of om met een stripboek in de bank te ploffen om een half uurtje ontspannen te lezen.

Het Riolenmuseum

Dit museum werd ooit getipt door een Vlaamse influencer, die allemaal obscure plekken tipt op Instagram en TikTok. Ook op Atlas Obscura, een geweldige site, kwam dit museum voorbij. De verkoper bij de kassa leek verbaasd toen hij mijn tongval opmerkte, en vroeg hoe ik van het bestaan van het museum af wist. Ze hadden een paar jaar geleden een bus scholieren uit Enschede op bezoek gehad en dat had kennelijk indruk gemaakt.

Het Riolenmuseum bestaat uit twee gebouwtjes aan een kruispunt bij de Anderlechtsepoort. Onder de weg door loopt de Zenne, de rivier die oorspronkelijk door Brussel liep, maar halverwege de 19e eeuw compleet is overwelfd. In dit museum kun je een stukje langs de ondergrondse rivier lopen, en een stukje over een hoofdriool. Dit klinkt misschien een beetje, nou ja, obscuur allemaal, maar hoe vaak heb je nou de kans een ondergrondse rivier en riool te zien? 


Bovendien word je bewust van hoeveel water we eigenlijk gebruiken, en wat er met dat water gebeurt nadat je het gebruikt hebt. Je wilt niet weten wat er allemaal onder een stad ophoopt aan afval en plastic. We mogen best meer respect hebben voor de mensen die afdalen en de boel draaiende houden.

Het is dus een echt werkend riool dat je bezoekt. En in echte riolen heb je echte ratten. Nu heb ik gelukkig geen rat gezien, maar de kans bestaat dat ze aanwezig zijn als je naar de Zenne afdaalt.

Bij flinke regenval kan het trouwens zomaar zijn dat het museum dicht moet, omdat het anders onder dreigt te llopen. En ieder kwartier beleef je in het riool een spectaculaire lichtshow. 

Anderlecht

Op naar het Atomium. Het dichtstbijzijnde metrostation was de halte Clemenceau. De route volgens via Maps en gaan met die banaan. Op een zeker moment viel het me op dat de sfeer veranderde naarmate ik naar het station liep. Ik liep ineens tussen slagerijen met een halalcertificaat, cafés met muntthee op de tafel en bakkers met vitrines vol baklava en andere lekkernijen.

Brussel is een multiculturele stad. Er worden ongeveer 185 verschillende nationaliteiten geteld. Veel gemeenschappen zijn samen in aparte wijken gaan wonen, waardoor je bijvoorbeeld een Turkse wijk, Arabische wijk, Chinese wijk en Afrikaanse/Congolese wijk hebt. Het geeft iedere wijk zijn eigen gezicht en kleur, maar maakt van Brussel ook een compleet gesegregeerde stad. Het was dan ook een vreemde gewaarwording om als enige, nou ja, ‘Europese’ Europeaan rond te lopen in een wijk waarvan de meeste bewoners hun wortels elders hebben liggen.

Als je op YouTube zoekt naar ‘Brussel’ zie je filmpjes van een reislustige opgepompte Nederlander met tattoos in zijn nek filmen hoe problematisch de probleemwijken zijn. Misschien dat dat die wantrouwende blikken verklaarde. Ik liep tenslotte in een Adidasvestje en een telefoon in de hand.

Een figuur in trainingspak en pet op de kop stond tegen een lantaarnpaal geleund bij het station, en vroeg om een ‘cigarette’. Eerst in het Frans, daarna in het Engels. En toen ik niet reageerde riep hij, ik meen op z'n Amsterdams, om een ‘sigaretjéé!’. Ik had de man willen uitleggen dat ik hier juist liep omdat ik een half jaar gestopt ben met roken, dat ik hem zou willen adviseren hetzelfde te doen, maar ik voelde me bijzonder slecht op mijn gemak daar bij Metrostation Clementeau. Bovendien spreek ik geen enkel woord Frans.

Rapidoklapido naar die bollen.  

Atomium

Het Atomium (samenvoegsel van atoom en aluminium) is voor Brussel wat de Eiffeltoren is voor Parijs. Beide werken zijn gebouwd tijdens een wereldexpositie en bij allebei de werken was het de bedoeling ze na de tijd af te breken.

Als symbool voor de Belgische vooruitgang werd gekozen voor een 165 miljard keer vergroot ijzeratoom. De wereld was toen nog in de ban van kernenergie, er werd zelfs geloofd dat het de wereldvrede kon bespoedigen. Eind jaren ’50 klonk er optimisme. Vooral dat moest de Expo uitstralen.

Bij binnenkomst word je op de foto gezet met op de achtergrond een foto van het Atomium. Je moet daarna in een lange rij aansluiten om de foto op te halen. Heb er vriendelijk voor bedankt. Ik vermoed dat dit bewust gedaan wordt om niet meteen alle bezoekers los te laten in de bollen.

De tentoonstelling over de Expo is best vermakelijk. De roltrappen in de buizen, met hun licht- en geluidspel ook. Och je loopt eens een rondje door zo’n bol, je kijkt eens naar buiten en dan heb je het eigenlijk ook wel weer gezien.

Is het de toegangsprijs waard? Niet echt. Maar je kan dan wel zeggen dat je de bollen aan de binnenkant hebt gezien.

Jubelpark

In de avond maakte ik nog een ommetje door het Jubelpark. Een park met een licht misleidende naam. In plaats dat er mensen staan te jubelen, is het park aangelegd om een jubileum van de Belgische Onafhankelijkheid te vieren en daarvoor hebben ze flink uitgepakt. Je kan zeggen wat je wilt, maar bouwen konden ze wel, die Belgen. De triomfboog is echt indrukwekkend. Het ondergaande zonnetje scheen nog net door de middelste poort toen ik aankwam, maar ik was net te laat om het vast te leggen. Heb evengoed nog een mooi plaatje kunnen schieten.

Naast de boog zit een automuseum. Via daar kun je boog op en genieten van een uitzicht over de stad. Het zal voor een andere keer zijn. De dag zat in de benen en ik had nog een zaterdag tegoed. Terwijl de prik bij ontsnapte, bruiste Brussel nog altijd verder…


En de stripmuren natuurlijk! 








Reacties

Populaire posts van deze blog

#209 de Trumpweek

Een van de meest ingrijpende gebeurtenissen afgelopen week maakte nauwelijks indruk. Op mij noch op de mensen om me heen. Zelfs op sociale media is het behoorlijk rustig. In dat malle grote land is Donald Trump herkozen als president.    ‘Trump is weer president he,’ zei een collega terloops.    ‘Tsja, het is allemaal wat,’ antwoorde ik.    En daarmee was de bespreking van de verkiezingsnacht afgehandeld. Terwijl bij iedereen de alarmbellen af zou moeten gaan – Trump is een lont in een akelig gevaarlijk hoopje buskruit – gebeurt dat niet echt. Tenminste, ik heb het niet meegekregen. Misschien omdat mijn sociale-mediaconsumptie ook niet meer is wat het was. De fratsen van die andere halve zool, Elonnetje Musk, zorgt ervoor dat ik steeds minder zin heb om op die grote X te tikken. Na een tijdje merk je dat je er niks aan mist ook. Maar goed, we hadden het over de Amerikaanse verkiezingen. Iemand waar ik af en toe mee samen werk is een aantal jaar terug me...

#208 De mensheid zal nog van mij horen

Mag je een boek bejubelen alvorens je hem uitgelezen hebt? Ga het toch doen. In de podcast Radio Romano, een voortzetting van de Krokante Leesmap, werd het nieuwe boek van Joris van Casteren getipt. Bekend van titels als Lelystad, Het been in de IJssel en Het zusje van de bruid. De titel van dat boek over de man die jarenlang zijn overleden moeder in huis bewaarde heb ik zo snel niet paraat. Lelystad was een toffe leeservaring, kan niet anders zeggen. Zijn manier van schrijven - kort en afstandelijk en juist daardoor ironisch – trok me in een mum van tijd door dat hele boek heen. Van Casteren heeft een oog voor het menselijk tekort, en er is niets mooiers dan het menselijk tekort. Even zonder gekheid, de boeken van Van Casteren zijn niet enkel droog of grappig. Vaak juist een beetje luguber. Zoals Het been in de IJssel, wat gaat over, nou ja, een gevonden menselijk been in de IJssel. Dat boek is een zoektocht naar de eigenaar van dat been, wat hem uiteindelijk helemaal naar Duitsland l...

#219 Ranking de logo's

Vanochtend hoorde ik onderweg naar werk in het nieuwsbulletin van Radio2 de ophef voorbijkomen over het nieuwe logo van de Gemeente Urk. Kom op jongens, het is toch een kostelijk plaatje?  Omdat de ambtenaren van de NOP weer aan het werk zijn gegaan, was het zoeken naar een plekje. Mijn Toyotaatje (de meeste Toyota's per inwoners!) parkeerde ik naast een busje van de gemeente. Pas toen viel het logo van de NOP mij op. Was ik al wel bekend mee natuurlijk, maar een mens kijkt nu eenmaal anders naar zaken als hij net uit een dorp vol ophef komt puffen. Laten we de logo's van de andere Flevolandse gemeenten eens van dichtbij bekijken. En laten we er meteen een ranglijstje van maken.  Gemeente Almere Slogan: Het kán in Almere! Het logo van de gemeente Almere springt meteen in het oog. Hier is groots uitgepakt. Er wordt ook prettig gespeeld met het perspectief, waardoor je pas na een tijdje kijken een grote A ontwaart. Groots, maar plat. Almere samengevat. Had wel wat meer creativit...