Soms lees je dat België een rijkere eetcultuur heeft dan
Nederland. Wat het ontbijt betreft klopt dat. De broodjes waren heerlijk. Met
een goedgevulde maag begon ik aan de vrijdag. Op de agenda stonden onder andere
het Stripmuseum, het Riolenmuseum en misschien het Atomium.
Het Belgisch Stripmuseum
Het museum is gevestigd in een pand waar voorheen een
warenhuis zat, ontworpen door Victor Horta, een hotemetoot uit de Jugendstilbeweging.
Je komt binnen in een enorme hal, met links een stripwinkeltje en rechts een
restaurantje. Voor je een rijkelijk vormgegeven trap naar het museum. In een
hoek staat de raket uit Kuifje. Het voelde als thuiskomen.
Ik hoorde de directeur van het museum in een interview ooit zeggen dat de meeste bezoekers helemaal geen stripliefhebbers zijn. Het zijn vaak buitenlanders die België, en in het bijzonder Brussel, associëren met het beeldverhaal. Zoals mensen in Wenen een operavoorstelling bijwonen zonder thuis ook maar ooit een seconde naar klassieke muziek geluisterd te hebben, zo trekken hordes toeristen naar het Stripmuseum omdat ze de link tussen het beeldverhaal en België in hun hoofd hebben.
Wat het museum goed doet, is uitleg geven over wat het stripverhaal, of het beeldverhaal, nu precies is. Op een bordje las ik: Het antwoord kan in enkele woorden worden samengevat: een stripverhaal is een reeks beelden die een verhaal vormen, waarvan het scenario geïntegreerd is in de beelden. Dat is het uitgangspunt. De verbeelding en het talent van de auteurs doen de rest!
In de vaste tentoonstelling laten ze zien hoe een maakproces van een stripverhaal in zijn werk gaat. Van het opzetten van een scenario, naar de eerste schetsen, tot het inkten en inkleuren. Het beeldverhaal wordt hier consequent de 9e kunst genoemd. Wat wel wisselt zijn de platen die ze er laten zien. Deze keer waren het vooral platen uit Canadese stripverhalen, in het bijzonder uit het Franstalige Quebec. Ook daar kent men een levendige stripcultuur, die vaak Europees georiënteerd is.
Verder was er een tentoonstelling over de bekroonde stripreeks Alleen (Seuls), van scenarist Fabien Vehlmann en tekenaar Bruno Gazotti (ook bekend van de reeks Soda). En er was fraai werk te zien van de Vlaamse tekenaar Wauter Mannaert.
En nog wat juweeltjes natuurlijk, zoals het inktpotje en kroontjespen van Franquin. Een relikwie bijna.
Al met al heb ik mij een goeie ochtend uitstekend vermaakt. Iedereen
die de 9e kunst weet te waarderen of gewoon een weekendje naar
Brussel wil, kan ik het Belgisch Stripmuseum van harte aanbevelen. Al is het
maar om een rondje door het gebouw te drentelen, een biertje te drinken in het
restaurant of om met een stripboek in de bank te ploffen om een half uurtje
ontspannen te lezen.
Het Riolenmuseum
Dit museum werd ooit getipt door een Vlaamse influencer, die
allemaal obscure plekken tipt op Instagram en TikTok. Ook op Atlas Obscura, een
geweldige site, kwam dit museum voorbij. De verkoper bij de kassa leek verbaasd
toen hij mijn tongval opmerkte, en vroeg hoe ik van het bestaan van het museum
af wist. Ze hadden een paar jaar geleden een bus scholieren uit Enschede op bezoek
gehad en dat had kennelijk indruk gemaakt.
Het Riolenmuseum bestaat uit twee gebouwtjes aan een kruispunt bij de Anderlechtsepoort. Onder de weg door loopt de Zenne, de rivier die oorspronkelijk door Brussel liep, maar halverwege de 19e eeuw compleet is overwelfd. In dit museum kun je een stukje langs de ondergrondse rivier lopen, en een stukje over een hoofdriool. Dit klinkt misschien een beetje, nou ja, obscuur allemaal, maar hoe vaak heb je nou de kans een ondergrondse rivier en riool te zien?
Bovendien word je bewust van hoeveel water we eigenlijk gebruiken, en wat er met dat water gebeurt nadat je het gebruikt hebt. Je wilt niet weten wat er allemaal onder een stad ophoopt aan afval en plastic. We mogen best meer respect hebben voor de mensen die afdalen en de boel draaiende houden.
Het is dus een echt werkend riool dat je bezoekt. En in echte riolen heb je echte ratten. Nu heb ik gelukkig geen rat gezien, maar de kans bestaat dat ze aanwezig zijn als je naar de Zenne afdaalt.
Bij flinke regenval kan het trouwens zomaar zijn dat het museum dicht moet, omdat het anders onder dreigt te llopen. En ieder kwartier beleef je in het riool een spectaculaire lichtshow.
Anderlecht
Op naar het Atomium. Het dichtstbijzijnde metrostation was de
halte Clemenceau. De route volgens via Maps en gaan met die banaan. Op een
zeker moment viel het me op dat de sfeer veranderde naarmate ik naar het station
liep. Ik liep ineens tussen slagerijen met een halalcertificaat, cafés met
muntthee op de tafel en bakkers met vitrines vol baklava en andere lekkernijen.
Brussel is een multiculturele stad. Er worden ongeveer 185
verschillende nationaliteiten geteld. Veel gemeenschappen zijn samen in aparte
wijken gaan wonen, waardoor je bijvoorbeeld een Turkse wijk, Arabische wijk,
Chinese wijk en Afrikaanse/Congolese wijk hebt. Het geeft iedere wijk zijn
eigen gezicht en kleur, maar maakt van Brussel ook een compleet gesegregeerde
stad. Het was dan ook een vreemde gewaarwording om als enige, nou ja, ‘Europese’
Europeaan rond te lopen in een wijk waarvan de meeste bewoners hun wortels elders
hebben liggen.
Als je op YouTube zoekt naar ‘Brussel’ zie je filmpjes van
een reislustige opgepompte Nederlander met tattoos in zijn nek filmen hoe
problematisch de probleemwijken zijn. Misschien dat dat die wantrouwende
blikken verklaarde. Ik liep tenslotte in een Adidasvestje en een telefoon in de
hand.
Een figuur in trainingspak en pet op de kop stond tegen een
lantaarnpaal geleund bij het station, en vroeg om een ‘cigarette’. Eerst in het Frans, daarna in
het Engels. En toen ik niet reageerde riep hij, ik meen op z'n Amsterdams, om een ‘sigaretjéé!’. Ik had de man willen uitleggen dat ik hier juist
liep omdat ik een half jaar gestopt ben met roken, dat ik hem zou willen
adviseren hetzelfde te doen, maar ik voelde me bijzonder slecht op mijn gemak daar
bij Metrostation Clementeau. Bovendien spreek ik geen enkel woord Frans.
Rapidoklapido naar die bollen.
Atomium
Het Atomium (samenvoegsel van atoom en aluminium) is voor
Brussel wat de Eiffeltoren is voor Parijs. Beide werken zijn gebouwd tijdens
een wereldexpositie en bij allebei de werken was het de bedoeling ze na de tijd
af te breken.
Als symbool voor de Belgische vooruitgang werd gekozen voor een 165 miljard keer vergroot ijzeratoom. De wereld was toen nog in de ban van kernenergie, er werd zelfs geloofd dat het de wereldvrede kon bespoedigen. Eind jaren ’50 klonk er optimisme. Vooral dat moest de Expo uitstralen.
Bij binnenkomst word je op de foto gezet met op de achtergrond een foto van het Atomium. Je moet daarna in een lange rij aansluiten om de foto op te halen. Heb er vriendelijk voor bedankt. Ik vermoed dat dit bewust gedaan wordt om niet meteen alle bezoekers los te laten in de bollen.
De tentoonstelling over de Expo is best vermakelijk. De
roltrappen in de buizen, met hun licht- en geluidspel ook. Och je loopt eens een
rondje door zo’n bol, je kijkt eens naar buiten en dan heb je het eigenlijk ook
wel weer gezien.
Is het de toegangsprijs waard? Niet echt. Maar je kan dan wel zeggen dat je de bollen aan de binnenkant hebt gezien.
Jubelpark
In de avond maakte ik nog een ommetje door het Jubelpark. Een park met een licht misleidende naam. In plaats dat er mensen staan te jubelen, is het park aangelegd om een jubileum van de Belgische Onafhankelijkheid te vieren en daarvoor hebben ze flink uitgepakt. Je kan zeggen wat je wilt, maar bouwen konden ze wel, die Belgen. De triomfboog is echt indrukwekkend. Het ondergaande zonnetje scheen nog net door de middelste poort toen ik aankwam, maar ik was net te laat om het vast te leggen. Heb evengoed nog een mooi plaatje kunnen schieten.
Naast de boog zit een automuseum. Via daar kun je boog op en genieten van een uitzicht over de stad. Het zal voor een andere keer zijn. De dag zat in de benen en ik had nog een zaterdag tegoed. Terwijl de prik bij ontsnapte, bruiste Brussel nog altijd verder…




















Reacties
Een reactie posten