Nog voor het krieken van de ochtend rijden we van Urk. Op naar Station Lelystad: de plek waar alle mooie reizen beginnen. Op het Centraal Station van onze hoofdstad stappen we aan boord van de Eurostar. Als die vertrekt is het ongeveer 6:00. Het is ongelooflijk hoe grenzen werken. Je steekt die van ons met België over en je herkent het nog wel allemaal, maar toch is alles een kwartslag anders. Zuid Europa begint in België, heb ik ooit ergens gelezen. Ik denk dat dat klopt. Brussel is vanachter een treinraampje een rare haveloze bij elkaar geraapte grauwe rotbende. Ik wil Brussel graag eens zien. En dan, een paar knikkebollen en wat kopjes koffie uit de restauratie verder, mindert de trein vaart en rijden we Gare du Nord binnen. We zijn in Parijs. We zoeken ons hotel op, dumpen de tassen en zoeken iets te eten. De keuze is reuze. Uiteindelijk ploffen we neer bij een Vietnamees en werken we alle drie een pad Thai naar binnen. Lekker hoor. Wat leuk is als je in Parijs bent...
Eén van de meest vervelendste erfenissen van de coronatijd zijn tijdsloten. Nog steeds hanteren musea en attracties dit systeem. Daar zal ongetwijfeld een plan achter zitten, of het zal voor musea zelf makkelijker werken zijn, maar voor de bezoeker of dagjesmens wordt alle spontaniteit eruit geramd. Een dagje museum is voor mij vertrekken wanneer ik vertrekken wil en zonder op een klok te hoeven kijken naar binnen wandelen. Ik wil niet van tevoren moeten kijken naar beschikbaarheid en tijdsloten moeten kiezen. Ga toch weg man. Een week voor onze trip naar Barcelona besloten een moat en ik dat het handig zou zijn kaartjes te reserveren voor bezienswaardigheden. De Sagrada Familia moet je immers gezien hebben. We waren ruim twee maanden te laat met kaartjes boeken. Maar ik denk dan: waarom zou ik zaterdagmiddag om 13:20 naar de Sagrada moeten, terwijl ik ook door dat bekende park kan lopen of op een terras kan zitten? Je bent op vakantie, dan moet je dingen doen waar je zin in hebt,...