Het was een typisch klusjesweekend. Te lang lag er al een lijstje te wachten met taken die gedaan moesten worden. Een tafeltje wegbrengen, boekenkast verplaatsten, opruimen, schoonmaken, vooral even schoonmaken. Klusjes kortom waarvoor motivatie me slechts zelden komt toewaaien. Het zal dat gezellige herfststormpje geweest zijn waardoor ik in actie kwam. Vandaag stond er naast de badkamer ook een belmoment op het programma. Er waren monteurs voor de warmtepomp gekomen, maar die hadden voor een dichte deur gestaan. Of ik wilde bellen voor een nieuwe afspraak. Daar ging ik even voor zitten. Een mechanische vrouwenstem heette me van harte welkom bij het bedrijf en vroeg om de vier cijfers van mijn postcode in te spreken. ‘Acht. Drie. Twee. Twee.’ Ik sprak bewust langzaam en helder. ‘Uw postcode is: acht, acht, drie, twee. Klopt dat?’ ‘Nee’ ‘Spreek uw postcode in’ ‘Acht. Drie. Twee. Twee’ ‘Uw postcode is: acht, drie, twee, vier. Klopt dat?’ ‘Nee!’ De mechanische vrouwen...
In diezelfde workshop ging het onder andere over wat je normaal vindt. Als iemand in zijn joggingbroek op kantoor komt, zouden de meeste mensen dat niet normaal vinden. Maar misschien heeft de drager hem juist wel speciaal uit de kast gepakt die ochtend, en er een bijpassend vestje bij uitgezocht. Misschien had de drager wel het gevoel er tiptop bij te lopen. Afijn, lang verhaal kort, wat normaal is blijft voor iedereen verschillend. Iemand gaf als voorbeeld dat in zijn vorige baan, ambulante begeleiding, mensen soms terughoudend reageerden op zijn overhemd. Kleding is ook een vorm van communicatie, en zijn cliënten hadden zoiets van ‘heb je hem weer met zijn overhemd’. Terwijl de overhemddrager dat enkel vanuit zijn professie deed. Thuis liep hij ook het liefst rond in een ‘baggy’ broek. En zonder het te weten waarom sloeg ik aan op dat woord. De verengelsing kun je niet meer tegengaan... Taal is altijd in beweging.... Erger je er niet jongen… Mensen mogen Engelse woorden ge...