Doorgaan naar hoofdcontent

#206 oktober inktober

Oktober is Inktober. Tenminste, op sociale media en dan vooral Instagram. Volgens mij is het ooit begonnen op Tumblr, ook een prachtige plek, maar ja, wie bezoekt ooit Tumblr nog?

Inktober is, zoals er zoveel zijn, een online challenge waar je aan deel kunt nemen als je iets met tekenen doet en zin hebt in een uitdaging. In september wordt er door de officiële inktoberpagina een promptlist gedeeld, een overzicht met alle dagen van oktober, met voor iedere dag een woord. De bedoeling is dat je bij dat woord een tekening maakt. Het liefst met de hand. Enkel in inkt.

Het woord voor vandaag, 18 oktober, is ‘drive’. Als je zoekt op #inktober zul je vermoedelijk veel tekeningen van auto’s te zien krijgen.

Wat ik zelf het mooiste vind van die hele challenge is dat tekenaars uitgedaagd worden met de hand te tekenen. Dat klinkt misschien een beetje gek, omdat je om te kunnen tekenen sowieso handen nodig hebt, maar het komt erop neer dat je enkel papier, potlood en inkt gebruikt om je tekening te maken. Dat is helemaal niet meer zo vanzelfsprekend, sinds er hele fijne tablets en programma’s bestaan waarmee je digitaal tekenen kunt.

Begrijp me niet verkeerd, tekenaars zijn door die digitale middelen in staat de meest prachtige tekeningen en illustraties te maken. Zelfs zo goed, dat het handgetekend lijkt, ambachtelijk. In de bibliotheek blader ik regelmatig door een nieuw prentenboek om me te vergapen aan het werk van de illustrator. Er zit echt goed werk tussen hoor.

Maar hoe goed en mooi die digitale tekeningen ook mogen zijn, het haalt nooit het handgetekende werk. Dat zit ‘m erin dat je in ambachtelijk werk, zogezegd, altijd de hand van de tekenaar ziet. Soms is er een lijntje net niet helemaal perfect geïnkt of zie je een klein vlekje, maar dat maakt juist de tekening. Als je nieuwe stripalbums naast albums van de jaren 40 of 50 legt zie je meteen het verschil. Waar de figuren en achtergronden nu strak en gedetailleerd getekend worden, liepen ze in de jaren 40 vaak rond met een ingedeukte kop. Dat maakt die oude albums koddig, maar ook ambachtelijk, je kunt zien hoe de hand van de tekenaar gelopen moet hebben. Bovendien waren de middelen na de oorlog schaars. Papier en vooral inkt was er niet in overvloed. Tekenaars konden het zich helemaal niet permitteren om een plaatje opnieuw te tekenen, ze moesten door om het werk af te krijgen. Dat dwong ze om zo effectief mogelijk te werken, en zo werden ze steeds beter in hun vak ook. Ik dwaal af.

Eén keer heb ik de Inktoberchallenge gehaald. Dat is alweer een paar jaar geleden. Voor iedere dag had ik een ideetje uitgewerkt tot een volledige tekening. Ik was blij dat de maand weer voorbij was. Wat een werk.

Vorig jaar wilde ik weer meedoen. Omdat de promptlist al in september gedeeld wordt had ik tijd om wat vooruit te werken. Ik geloof dat één van de promts ‘spider’ was.

In seizoen twee van The Mandalorian, toen nog gewoon een toffe serie, zat een aflevering waarin Mando per ongeluk terecht komt in grot vol gigantische ruimtespinnen. Dat was een freaky maar spannende aflevering – helemaal Star Wars. Ik begon aan een tekening die geïnspireerd was op die aflevering, die weer geïnspireerd was op concept art van Ralph McQuarrie voor The Empire Strikes Back. Over goede illustratoren gesproken, dat werk van McQuarrie zou meer erkenning moeten krijgen.

Het plaatje werd niet afgemaakt. De challenge verzande nog voor ik eraan begonnen was. De hele Inktobermaand liet ik vervliegen.

Het leuke van die online challenge is dat het tekenaars een mogelijkheid biedt werk te delen. Op die manier ontdek je veel andere tekenaars en die zijn altijd aardig om te volgen. Toen ik vanochtend mijn bureautje opzij moest schuiven om een raam te kunnen lappen, viel mijn oog op een tekenblok die ik al veel te lang niet had aangeraakt. De tekening stond nog steeds op een vel papier, onafgemaakt.

Hopelijk komt in Inktober 2025 een promt met spinnen.



Reacties

Populaire posts van deze blog

#350 Kwartaalrapportage IX

Mensenkinderen, wat vliegt de tijd. Is het zomaar alweer eind maart. Zomertijd. De eerste kwart zit erop. De kop is eraf. Tijd voor de eerste kwartaalrapportage van ’26. Lezen gaat in golfbewegingen. Soms lees je drie of vier boeken achter elkaar, en soms lees je een hele maand niet. Maart was zo’n maand waarin ik niet het juiste boek kon vinden. Komt vast wel weer. Dit jaar wilde ik het anders aanpakken. Na het lezen van het eerste boek besloot ik dat het volgende boek verband moest houden of een link moest hebben met het vorige boek. Een soort boekenalgoritme. Dat kon twee kanten opgaan: of ik zou heel makkelijk onverwachte titels gaan lezen, of ik zou eindeloos moeten zoeken naar een goede titel en daardoor juist minder gaan lezen. Allebei de situaties zijn het geval, denk ik. Maar goed, hierbij dus het algoritme tot zover. Wie weet zit er een leuke titel voor je tussen. Wie weet ook niet. Dat mag je lekker helemaal zelf weten. Leuk he? Hoax -  Jan-Willem van Prooijen ...

#177 terug Europa in

In Europa – proloog Als ik de vraag zou krijgen welk boek hét beste geschiedenisboek ooit is, zou ik meteen naar de boekenkast lopen om er een dikke pil uit te pakken. Er bestaan zoveel mooie, goede en interessante geschiedenisboeken (en stripboeken), maar ééntje steekt daar toch wel echt met kop en schouders bovenuit. En het is dit jaar 20 jaar geleden dat het boek uitgebracht werd. Het beste geschiedenisboek ooit blijft, in mijn optiek, In Europa van Geert Mak. Europese Steinbeck Geert Mak is geen historicus, zoals hij dat zelf vaak op bescheiden toon benadrukt. Hij is een journalist. Maar dat juist die twee dingen, journalistiek en geschiedkunde, bijzonder goed samengaan, heeft Mak met zijn In Europa bewezen. Er is geen ander boek als dit boek. Het zijn twee reizen die Mak hier maakt: eentje door het Europa van 1999 en eentje door die hele akelige, spannende, bewonderingswaardige en dynamische twintigste eeuw. Hij liet zich er voor inspireren door John Steinbeck, een Amerika...

#208 De mensheid zal nog van mij horen

Mag je een boek bejubelen alvorens je hem uitgelezen hebt? Ga het toch doen. In de podcast Radio Romano, een voortzetting van de Krokante Leesmap, werd het nieuwe boek van Joris van Casteren getipt. Bekend van titels als Lelystad, Het been in de IJssel en Het zusje van de bruid. De titel van dat boek over de man die jarenlang zijn overleden moeder in huis bewaarde heb ik zo snel niet paraat. Lelystad was een toffe leeservaring, kan niet anders zeggen. Zijn manier van schrijven - kort en afstandelijk en juist daardoor ironisch – trok me in een mum van tijd door dat hele boek heen. Van Casteren heeft een oog voor het menselijk tekort, en er is niets mooiers dan het menselijk tekort. Even zonder gekheid, de boeken van Van Casteren zijn niet enkel droog of grappig. Vaak juist een beetje luguber. Zoals Het been in de IJssel, wat gaat over, nou ja, een gevonden menselijk been in de IJssel. Dat boek is een zoektocht naar de eigenaar van dat been, wat hem uiteindelijk helemaal naar Duitsland l...