Het is altijd aardig om te weten wat er speelt in boekenland. Een beetje rondsnuffelen in boekhandels, displaytjes langslopen, aanwinsten keuren, het is vrijetijdsbesteding waarmee een mens zijn ziel in de watten legt.
Sommige trends vallen op: de laatste maanden zie ik vaak een
tafeltjes met dat donkere boek met roze titel, dat epos over die laatste dag in
een fictief concentratiekamp, en in meer stedelijke gebieden tref je displays
met dat enorme boek met een wolkenachtergrond en gele font. Sinds een paar
weken zie je overal displays opduiken met vertalingen van De Odyssee, maar ook
andere werken uit de Griekse oudheid doen het goed. Stephen Fry is ineens weer
een goed verkochte naam.
Een aantal jaar geleden zag je overal dat boek met een foto
van een binnenplaats van een appartementencomplex, die vrijwel overal in Europa
geschoten had kunnen zijn. Ook meteen de titel van het boek, maar dan
verbasterd: Oroppa.
Het is zo’n een boek waar ik in ben begonnen, het opzij heb
gelegd, toch weer heb opgepakt, opzij heb gelegd, opgepakt, enzovoort,
enzovoort. Halverwege het lezen vroeg ik het me al af en nu ik het heb
uitgelezen stiekem nog steeds (Theo en Thea indachtig): waar gaat het eigenlijk
over?
Kort samengevat denk ik dat het gaat over Salomé Abergel,
een Marokkaanse kunstenares die naar Europa is gevlucht tijdens ‘de jaren van
lood’, de repressie die duurde van 1965 tot 1999. Ze vindt haar thuis in
Amsterdam, maar verdwijnt op een zeker dag. De achterblijvers hebben geen idee
waar ze zich bevindt, maar ontdekken wel wat ze achterlaat.
In een kort fragment dat ik van de schrijfster zag, vertelde
ze dat ze begon te schrijven vanuit het vertrekpunt: hoe kan een mens dat een
regime overleefd heeft weer een individu worden? En toen begreep ik het boek
beter.
Wat opvalt tijdens het lezen is dat geen van de
hoofdpersonen bijzonder gelovig of religieus is, behalve Joey, een bekeerling. Alsof
er haram op hun voorhoofd geschreven staat roken ze stuk voor stuk als ketters
en zuipen ze voortdurend een stuk in de kraag.
Dat is ook meteen het merkwaardige van dit boek: de vertelstem
van El Khannoussi benevelt je een beetje. In een lekker leesritme raken voelt
bij dit boek als een dronken roes, een avond in een café. En net als bij zo’n dronken
avond ontmoet je van alles en iedereen, heeft iedereen wel een verhaal te
vertellen, of juist niet, en weet je de dag erna half niet meer wat er allemaal
is gebeurd, besproken of gezegd.
Ook dat is dit boek. Veel stemmen, veel gezichten, en bij
het ontnuchteren ben ik de helft alweer vergeten. Wat er nu geprobeerd is te
vertellen weet ik niet helemaal precies.
Misschien was dat ook helemaal de bedoeling niet van dit
boek.
Is het boek aan te raden? Wel, ik heb nog nooit iemand zien schrijven als El Kahannoussi. Dat maakt het al de moeite om dit boek op te pakken. Op Oroppa!
![]() |

Reacties
Een reactie posten