Met het starten van je werkweek is de vakantie voorbij, en halverwege de eerste werkdag voelt de vakantie alweer als iets van lang geleden. Toch ben ik gevoelsmatig nog op zomervakantie, en dat komt door het boek dat ik momenteel lees.
Het was de
afbeelding op de kaft die mijn aandacht trok, de knalrode titel die lekker
resoneert met de blauwe achtergrond en de veelbelovende ondertitel. De
Byzantijn, is de titel, van auteur Mark. H. Stokmans. Ook bekend van Spiegeldagen
en zijn debuutroman Land van Echo’s. De ondertitel: Een Venetiaans epos.
Het had eigenlijk
een zomerboek moeten zijn, voor aan het zwembad of zo, maar het paste niet meer
in mijn koffer. Het is een best een dikke pil, waar ik normaal gesproken niet
moeilijk over doe - een fysiek boek blijft volgens mij beter dan een scherm - maar
ditmaal kon ik geen offers brengen. Het boek moest maar even wachten tot mijn
terugkomst.
In De Byzantijn
nodigt de 80-jarige Alessandro Ortolani de Nederlandse schrijver Ruben uit om
zijn levensverhaal op te schrijven. ‘Een opera in te veel aktes’. Het
hoofdpersonage weet het allemaal groots en uitbundig te vertellen. Ondertussen
begint de schrijver zich steeds meer af te vragen waar de waarheid eindigt en
de fantasie begint.
Op de
achtergrond spelen zich de gebeurtenissen van de Italiaanse 20e eeuw
af. De opkomende Mussolini met zijn fascisme, de Duitse bezetting, de strijd
van de Partizanen en de chaotische decennia na de oorlog (daar ben ik nog niet,
Venetië is zojuist bevrijd).
Hoewel het boek
niet zo bedoeld is, volgens mij, laat het zich lezen als een soort Venetiaanse
Forrest Gump. Even denk je als lezer dat het allemaal fictie is wat Ortolani allemaal
aan de schrijver vertelt, totdat je wat personages googled die al dan niet een toevallige
passanten in het boek zijn, en ontdekt dat een aantal wel degelijk hebben
bestaan.
Zo las ik over
opperrabbijn Ottolenghi, die had kunnen vluchten voor de Nazi’s maar besloot te
blijven om zijn lot te delen met twintig bewoners van een bejaardentehuis.
Ik las ook over
Giuseppe Jona, een professor en dokter die bekend stond als de ‘arts van de
armen’, omdat hij zich het lot van patiënten uit de onderklasse aantrok. Toen hij
als voorzitter van de Joodse gemeenschap van de nazi’s een lijst moest
overhandigen met de namen en adressen van alle Joodse Venetianen, besloot hij alle
administratie te vernietigen en zichzelf op te offeren.
Deze namen waren
mij onbekend, hun geschiedenissen ook. Als het over het 20e -eeuwse fascisme
gaat, zien wij vooral Duitse zwartlaarzen voorbijmarcheren. Maar de Italiaanse
zwarthemden hebben we nooit echt in ons collectieve geheugen opgevouwen.
Ik ben half in
Venetië, half in de geschiedenis, laat zinnen rondgaan in mijn hoofd en heb vooralsnog
geen zin om deze wereld te verlaten. Tegelijkertijd kan ik niet wachten om
verder te lezen. Zoals je dat soms kan hebben bij een goed boek.

Reacties
Een reactie posten