De lege blik in
Alexanders ogen joegen me toch wel een beetje schrik aan, meer nog dan het
hoopvernietigende nieuws dat hij zojuist tegen Eva had verteld. AI gaat ons
allemaal doden. Het zal geen onderscheid maken, niemand sparen. We zijn
verloren en er is niemand die ons redden zal. Kijk nog maar eens goed om je
heen en verzamel alles wat je liefhebt. Streel het, bemin het, neem het tot je
en fluister het zachte woordjes toe. Over tien jaar is alles weg.
En kijk eens
wat we nu al verliezen. Afgelopen zomer liep ik op een onbestemde middag over
een kermis in Joure. Het viel me op dat die typische afbeeldingen op
attracties, met van die vage lijnen en randen, alsof het met een spuitbus is
aangebracht, allemaal vervangen waren door kunstmatig gegenereerde
afbeeldingen. De kermiskunst zoals we die kenden is niet meer.
Als ik in de
bibliotheek ben, valt het me steeds vaker op dat nieuw binnengekomen boeken een
AI-gegeneerde omslag hebben. Meestal zijn het titels van kleine uitgeverijen,
ik begrijp de kostenbesparing, het scheelt je weer een dagloon aan een grafisch
ontwerper, maar toch, ik zal zo’n boek nooit openslaan.
AI is
kwantiteit bij uitstek. Als een uitgever geen moeite doet om een boek van een
originele omslag te voorzien, is de inhoud ook geen moeite waard. Don’t
judge a book by its cover, staat er op ongelukkige onderarmen getatoeëerd,
maar als het om AI gaat doe ik dat bij voorbaat wel. Als jij geen tijd wilt
investeren doe ik dat ook niet. Lekker puh.
Al die
menukaarten, al die uitnodigen, al die advertenties, al die banieren… ooit zo
zorgvuldig in elkaar gezet door ambachtslieden met ervaring en talent. Ze zijn allemaal ingehaald door de gemakzuchtige, die zijn prompts in een voederbak legt om
opgevreten te worden door een AI-machine wanneer hij met zijn middelvinger de
enterknop indrukt.
Gemakzucht en
inhaligheid is het, niets meer en niets minder. I want it all, and i want it
now zong Freddie, en nog hoor ik hem zingen, wanneer er weer zo’n
ongelooflijk saaie, ongeïnspireerde en bovenal middelmatige AI-afbeelding opgedrongen
wordt. Laatst liet iemand een kleurplaat zien, ‘gemaakt met AI’, maar er is
niets gemaakt denk ik dan, er is slechts opdracht gegeven aan een machine die
alles wat ooit is bedacht en gemaakt van internet plukt, en dat allemaal
ongevraagd samenvoegt in een product dat nooit de middelmaat zal ontstijgen.
Dan nog de
impact die het heeft op natuur en klimaat, maar daarover heeft niemand het. Dat
komt pas wanneer een volgende generatie aan de knop van een kraan draait waar
ineens geen water meer uitkomt. Ze zullen ons vervloeken en verfoeien dat we
schoon drinkwater hebben misbruikt aan het koelen van datacenters waar beelden van dansende ballerinakopjes en haaien op sneakers liggen opgeslagen.
En we hebben er
met open mond naar zitten kijken. Ademloos hebben we de kostbare tijd die ons op
deze aardkloot gegund is voorbij liggen scrollen. Tijd die we nooit meer in
kunnen halen, die met alle kansen die onze wonderlijke wereld te bieden heeft
door flexibele vingers en duimen glipt. De volgende stap in de menselijke
evolutie: flexibele duimen scrollen beter. Althans, dat heb ik ooit gelezen in
een boek van Dan Brown, dus zeker weten doe ik het niet.
‘Oh, je
gebruikt nog echt een boekje ook,’ zei een vriend met mijn geleende reisgids in
de hand, alsof het een artefact uit een vorige beschaving betrof. Ja natuurlijk
gebruik ik een boekje. Een reis begint met een boekje. Je leest je vast wat in,
neemt wat informatie tot je, leert de bestemming alvast een beetje kennen en
besluit wat je interessant vindt om te bekijken of juist niet. Met een boekje
begint de voorpret, en met de voorpret begint de reis. Zelf had hij zijn stedentrip
volledig laten samenstellen door AI, van begin tot eind, van ochtendstond tot
slapengaan. Handig, een compleet programma laten uitdraaien, dat zeker, maar het
toeval krijgt geen enkele kans meer. Terwijl het toeval juist zo mooi kan zijn.
Misschien zat
er toch nog iets in die lege blik van Klöpping. Misschien schrok ik er zo van
omdat er iets herkenbaars in zat. Achter die wallen, achter die door
schermlicht aangetaste irissen, ver daarachter, diep in zijn pupillen, nam ik
nog een restje moedeloosheid waar.
Moedeloosheid
die zich als slaapzand in de ooghoeken ophoopt en ik inmiddels uit mijn eigen
oogkassen peuteren kan.
En toen sloeg
ik een album open dat ik eerder uit een stripmuseum meegenomen had. De
luipaardvrouw, een titel uit een Robbedoes-reeks getekend door Schwartz. Hij opent op de daken van een
kapotgeschoten Brussel, vlak na de oorlog, en geeft je ogen meteen de kost. Ik
verwonderde me over hoe alles klopte, de hoeken waaruit het prentje werden, de
perspectieven die gebruikt werden. Hoe de figuren een houding namen, hoe ze
bewogen, dansten, met elkaar interactie hadden. Hoe soms de tekst afwezig bleef
en de prentjes een boodschap overbrachten waar woorden tekort zouden schieten.
Ik genoot van het lijnenspel, hoe kunstig hij die had toegepast en hoe wonderlijk
het toch blijft dat simpele lijnen hele werelden kunnen scheppen. Van de
luipaardvrouw zelf, waarbij ik de hand van de tekenaar in haar benen kon
volgen. De inkleuring was digitaal gedaan, maar door iemand die zijn of haar
vak verstond. Ik verzoop in bewondering.
Matthijs van Nieuwkerk is terug. Met een podcast. De titel: Schuilen in schoonheid. Wat een toptitel. Die ouwe talkshowtiran is lang zo gek nog niet.




Reacties
Een reactie posten