Doorgaan naar hoofdcontent

#17 kort stukje: corona-cappuccino

Ik nip wat aan de cappuccino die voor me staat. Ondertussen blader ik door een boekje die ik eerder had aangeschaft bij de boekenwinkel. Ik bevind mij in een restaurant van een winkelketen, ergens midden in de Lange Nering. Ik had onverwachts een middag vrij en had nog wat T-shirts nodig. Een jongen zoals ik geraakt dan toch al snel in Emmeloord.  

Na een paar shirtjes te hebben afgerekend, besloot ik nog even naar de boekenwinkel te lopen om een reisgidsje aan te schaffen voor Kopenhagen.
Binnenkort, mits de Covid-19 zich een beetje rustig houdt, ga ik een paar dagen naar Denemarken. Volgende maand heb ik eindelijk een paar weken vakantie.
Ik pakte een klassiek ANWB-gidsje uit het schap en rekende af.
‘Is het cadeautje?’ Vroeg de man van de boekenwinkel.
‘Nee hoor, het is voor mezelf.’ Zei ik. En daarmee had ik het vakantiegevoel eigenlijk al te pakken.
  Buiten begon het voorzichtig te regenen.
Dan maar een kop koffie, dacht ik. Ik liep het restaurant van de winkelketen binnen en bestelde aan de bar een grote cappuccino. Achter de bar stond een vrouw met blond haar in een kort kapsel, die zo vrolijk deed dat haar gezicht samen kneep wanneer ze sprak.
‘Mag ik uw naam en nummer noteren?’ vroeg de vrouw met haar vriendelijke samengeknepen gezicht.
Ik gaf mijn naam en nummer. Ze schreef het netjes op.
‘Even kijken of er een plekje voor u vrij is.’
Ze tuurde wat rond in haar restaurant.
‘Ah, kijk. U kunt hier terecht bij het raam.’
Daar had ik weinig trek in. Ik kom hier om mensen te kijken, dacht ik. Niet om bekeken te worden.
Plots zag ik dat er achterin het restaurant nog een tafeltje vrij was. Ik sloop er naar toe en ging zitten.
 
Ik neem nog een slok van de koffie, terwijl ik mezelf afvraag of het wel zo netjes is om voor één persoon een hele tafel te gebruiken in een restaurant waar de helft van de tafels is afgeplakt.
Plotseling, uit het niets, staat een wat oudere vrouw in regenjas aan mijn tafel. Met grote ogen zegt ze: ‘Ik kan deze stoel wel gebruiken, toch?’
‘Ja hoor, prima.’ Zeg ik, met een neem-maar-mee-gebaar.
‘We kunnen aan deze tafel zitten.’ Zegt de vrouw tegen een andere, jongere, vrouw. 
De jongere vrouw draagt een witte broek, met open sandalen. Daarin draagt ze roze sokjes.
Ze kijkt me aan. Ik geef een knik, die onbeantwoord blijft.  
  Even plotseling als de oudere vrouw aan mijn tafel verscheen, staat daar ineens een meid van de winkelketen, die vriendelijk doch duidelijk beide vrouwen verzoekt absoluut geen plaats te nemen aan de tafel die ze zojuist hadden geannexeerd.
‘Waar moeten we nu gaan zitten?’ vraagt de oudere vrouw paniekerig.
‘Oh, ik ben zo weg hoor.’ Zeg ik zo vriendelijk als ik kan.  
De vrouw lijkt het niet te horen en blijft maar om zich heen kijken. De vrouw met de roze sokjes legt een hand op haar schouder. 'We kunnen ook naar een andere zaak.' zegt ze.
Als de paniek uit haar ogen is verdwenen snauwt ze tegen de vrouw met de roze sokjes: ‘Hij gaat zo weg.’
Ze wijst erbij in mijn richting, maar ze kijkt me niet aan. 
  Beide vrouwen blijven zwijgend aan mijn tafel staan, wat lijdt tot lichtelijke paniek in mijn hoofd. Wat gaat er nu gebeuren? Moet ik opstaan? Wat wordt hier van mij verwacht? 
  Zo rustig als ik kan drink ik van mijn koffie. Ondertussen swipe ik maar wat door Instragram.
  Dan eindelijk, na een paar ongemakkelijke minuten, nemen de vrouwen plaats in de rij aan de balie. Ze staan daar als als roofvogels het restaurant door staren, op zoek naar een tafel om neer te strijken - in het bijzonder de mijne.
Ik hoor ze kibbelen over de vraag of er wel of geen gebak bij de koffie bestelt wordt. 
  Ik wil nog rustig mijn koffie opdrinken, maar het is al te laat: ik betrap mezelf op het snel weg slurpen van de cappuccino, omdat ik ze niet nog een keer aan mijn tafel wil.
Met dit soort vrouwen wil je niet te maken hebben.

Als ik de laatste slok koffie achterover wil slaan zie ik een bejaarde vrouw zoekend om zich heen kijken. Ze is natgeregend; de regendruppels glijden nog van haar bril.
Als onze blikken kruisen geef ik een korte knik. Ietwat weifelend komt ze naar me toe geschuifeld.  
‘Jongeman, is deze tafel bezet?’ vraagt ze. 
‘Nee hoor, mevrouw.’ Zeg ik, terwijl ik mijn spullen pak. 
De andere vrouwen staan nog in de rij, bekvechtend over een stuk gebak. 
‘Gaat u maar lekker zitten.’  


Reacties

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

#350 Kwartaalrapportage IX

Mensenkinderen, wat vliegt de tijd. Is het zomaar alweer eind maart. Zomertijd. De eerste kwart zit erop. De kop is eraf. Tijd voor de eerste kwartaalrapportage van ’26. Lezen gaat in golfbewegingen. Soms lees je drie of vier boeken achter elkaar, en soms lees je een hele maand niet. Maart was zo’n maand waarin ik niet het juiste boek kon vinden. Komt vast wel weer. Dit jaar wilde ik het anders aanpakken. Na het lezen van het eerste boek besloot ik dat het volgende boek verband moest houden of een link moest hebben met het vorige boek. Een soort boekenalgoritme. Dat kon twee kanten opgaan: of ik zou heel makkelijk onverwachte titels gaan lezen, of ik zou eindeloos moeten zoeken naar een goede titel en daardoor juist minder gaan lezen. Allebei de situaties zijn het geval, denk ik. Maar goed, hierbij dus het algoritme tot zover. Wie weet zit er een leuke titel voor je tussen. Wie weet ook niet. Dat mag je lekker helemaal zelf weten. Leuk he? Hoax -  Jan-Willem van Prooijen ...

#177 terug Europa in

In Europa – proloog Als ik de vraag zou krijgen welk boek hét beste geschiedenisboek ooit is, zou ik meteen naar de boekenkast lopen om er een dikke pil uit te pakken. Er bestaan zoveel mooie, goede en interessante geschiedenisboeken (en stripboeken), maar ééntje steekt daar toch wel echt met kop en schouders bovenuit. En het is dit jaar 20 jaar geleden dat het boek uitgebracht werd. Het beste geschiedenisboek ooit blijft, in mijn optiek, In Europa van Geert Mak. Europese Steinbeck Geert Mak is geen historicus, zoals hij dat zelf vaak op bescheiden toon benadrukt. Hij is een journalist. Maar dat juist die twee dingen, journalistiek en geschiedkunde, bijzonder goed samengaan, heeft Mak met zijn In Europa bewezen. Er is geen ander boek als dit boek. Het zijn twee reizen die Mak hier maakt: eentje door het Europa van 1999 en eentje door die hele akelige, spannende, bewonderingswaardige en dynamische twintigste eeuw. Hij liet zich er voor inspireren door John Steinbeck, een Amerika...

#301 Kerstkuieren (met de auto)

Ieder mens kent zo zijn eigen rituelen in de decembermaand. Sinterklaassurprises maken, kerstbomen optuigen, stemlijstjes maken met je favoriete muziek; je kent het wel. Sommige van die rituelen hangen samen met herinneringen en nostalgische gevoelens. Zo neurie ik nog altijd wat nummers van Een boom vol liedjes , dé kerst-cd van Elly en Rikkert, bij het optuigen van de kerstboom. Op het particuliere decemberrituelenlijstje staan nog wel meer dingen, maar één ding daarvan is kuieren. Kerstkuieren. Bij voorkeur op z’n Urkers: met de auto. Het doel: de meest uitbundige kerstverlichting vinden. Het mag wanstaltig zijn. Genieten juist.  Ooit reden we na een etentje met een volle auto vanuit Kampen terug naar Urk. Omdat we rubbernekken toen nog geinig vonden, besloten we bij Nagele af te slaan om te zien hoe het dorp en haar bewoners de kerstverlichting hadden georganiseerd. Nagele stelde niet teleur en een nieuwe decembertraditie was geboren. Bij de tweejaarlijkse lichtjesroute d...