Straks is het weer lekker zomer, dacht ik toen ik mijn kraag omhoog deed tegen de koude wind. Lekker zwemmen, varen, suppen, buiten zijn. En barbecueën. Barbecueën. Ik bleef even staan. Mag ik jullie iets toevertrouwen blogbezoekers, mag ik jullie even iets toefluisteren. Ik vind er geen drol aan. Dat hele barbecueën niet. Als ik eraan denk, voel ik meteen een leeg gevoel in mijn maag en grijp ik onwillekeurig naar mijn pols waar ik helemaal geen horloge draag. Als ik denk aan barbecueën denk ik ook: hoelang nog? Barbecueën betekent namelijk gezellig samen eten . En omdat je gezellig samen wilt eten, eet je zelf voor de tijd niets. Je arriveert al hongerig, in sommige gevallen hangry, en vreet vervolgens stokbrood met satésaus alsof het een lieve lust is, omdat dat ding nog aangestoken moet worden en het een eeuwigheid duurt voordat het vlees erop kan. Met koolhydraten in het achterhoofd heb ik mij ook een keer op een schaal watermeloen gestort. Ik ben er niet trots op, maar ...